Foto-rubrieken
Een greep uit de plaatjes:
04-fri-4480 20140426-_mg_2552 20111226-_mg_7866 mg_4165-22 kaart-san-blas_1024x561 20120415-_mg_8774

India 2010 – een dagboek stampensvol met indrukken en belevingen

Zaterdag 10-7-2010 – vertrokken vanaf Amsterdam:

Buurman John hadden we Zaterdagochtend opgetrommeld om ons naar Amsterdam te brengen. Om 06:15 stond hij met een grijns op de stoep, klaar om ons met enig leedvermaak in een maand India-gedoe te dumpen. Hijzelf was vorig jaar ook zijn reis in het Noorden van dit land begonnen met vriendin Dina, maar is toen uit verschrikking en irritatie eigenlijk naar het zuiden ervan gevlucht. Daar heb je meer natuur en rust.
Het volledig niet organiseren en uitzoeken van zaken bij een verzengende hitte heeft hun denk ik een te zware klap op de irritatieklier gegeven. Okee, ik heb het misschien erg ver proberen te regelen en uit te zoeken. Dat vindt althans schoonzuslief Sandra toen ze het reisplan (is thermisch ingebonden stapel printjes van 1 cm A-4tjes…) zag hahaha. Maar toch blij dat een en ander vastligt, ik heb nou die zweterige hitte op de eerste dag gevoeld en ik weet zeker dat je in zo’n sfeer geen zin meer hebt om zaken uit te zoeken.

Zondag 11-7-2010 – aankomst in New Delhi:

Maar goed, dat vliegtuig landt na het tweede stuk vlucht vanuit Istanbul naar New Delhi na een uurtje of 5,5 keurig op tijd. Bagagetassen opgepikt en met de gereedstaande taxi (Tata Indigo diesel) die ochtend om 05:15 of zo op pad gegaan voor een driekwartier durende tocht door warm, dampend en inmiddels schemerend Delhi.
Het is druk op straat. Vliegtuigen lopen leeg, mensen gaan naar hun werk, zwervers liggen op diverse plekken wakker te worden, onduidelijke groepjes mannen zitten op stoepranden met elkaar te ouwehoeren.
Een eerste kennismaking met de spelregels in het verkeer volgt, ik had me daar zo op verheugd. En ze deden allemaal mee, de sterspelers uit mijn voorpret en dromen, ik heb geweldig genoten, en de meiden keken hun ogen ook uit, ondanks de vermoeiende vliegreis met allerlei tijd- en energieverschuivingen. Heerlijk. Men heeft lijkt het collectief besloten dat de beschikbare ruimte op de openbare weg met minstens evenzoveel voertuigen gedeeld kan worden als de destijds aangestelde verkeerplanologen uitgedokterd hebben. De door deze verkeersdeskundigen (ik heb er ook 1 mijn kennissen-bezit, der Rudi) aangebrachte stippellijnen en doorgetrokken strepen worden stelselmatig en collectief genegeerd. En ze hebben gelijk, je kunt er best met 3,4 of 5 rijen dik op rijden, afhankelijk van de breedte van het voertuig natuurlijk. Binnen de persoonlijke ruimte welke een stadsbus zich normaliter toe eigent kunnen natuurlijk twee rikjas rijden. Twee banen bedoeld voor twee stadbussen, vermenigvuldigd maal twee, en een baan extra maal twee, zou dus in principe breed genoeg moeten zijn voor 6 motorrikjas. En dat is. Hee jongens, als we dat links rijden nou een beetje als leidraad houden, het inhalen volledig vrijgeven, de toeter extra degelijk uitvoeren, dan wordt het toch allemaal veel leuker ?, hebben ze op een dag afgesproken. Dat toeteren is telkens een signaaltje afgeven van ’ik kom langs je rijden, let op’, communicatie-middel nummer 1. Het werkt op zich goed, het is eigenlijk altijd millimeterwerk, dat kruisen, keren en oversteken, echter volledig ten koste van de vervoersmiddelen. Middelen, dat zijn het voor de meeste mensen hier, rondom deuken, krassen en vreemde mechanische geluiden verraden dat we het hier niet over statussymbolen hebben, waar wij vaak zo goed in zijn, maar werkpaarden. Het is een strijd, dat verkeer, maar wel een gematigde strijd, bijna speels. Altijd met respect, ik heb nog niet 1 boze Indier gezien. Komen we uiteindelijk aan bij de Incredible Home Stay aan de Channah market in New Delhi, blijken we enkele uren te moeten wachten op een kamer. De op het laatste moment door ons bijgeboekte kamer in de nacht van aankomst blijkt nog bezet. Een eindeloos wachten na een lange vlucht begint, het wordt uiteindelijk uurtje of 3 later dat er ruimte is. Erg fijn. Van tevoren even ontbijtje gepakt en daarna lang hangen op een overloop tot een kamer uitgeruimd was. Na een slaapje van een uurtje of 4 zijn we die middag na een douche leek ons een uitstapje naar het Red Fort in Delhi wel een grappige start. Door communicatieproblemen reed de taxi naar the Gate of India, zo’n grote triomfboog als in Parijs. Ach, we zien wel. We hadden hem in 10 minuten gezien en een taxi die niet kwam opdagen werd door ons vervangen door motor-riksja-meneer Bobby.
Een geweldige zet, prachtige relaxte vrolijke Sikh, met tulband ! Heeft onderweg lekker zitten kletsen met Wilma, tezamen gepropt op het eenpersoons bestuurdersbankje, en ondertussen trakteerde hij ons op een klassieke ’ik hou mijn hart vast’ tocht door de veel te drukke straten van Delhi naar het Red fort. Het minuscule 80cc dieselmotortje heeft het zwaar met vijf personen in dat ding.

Wat ons ook meteen opvalt is de enorme aandacht die mijn twee lange blonde dochters trekken. Aanstaren, stukje naast de tuk tuk mee rijden. Geen agressie, enkel opgelaten enthousiasme en jeugdige vrolijkheid. We lopen het relatief kleine stukje naar de ingang van het fort en moeten regelmatig stoppen. ‘Foto please foto please’ wordt na elke 25 meter timide gevraagd. Meiden poseren telkens weer met donkere, gewone rustige, fatsoenlijke, nette, bijna vereerde jonge gasten (waar wij vaders echter toch allemaal wel een beetje waakzaam voor zijn haha) voor mobieltjes en kamera‘s. Proberen uit te leggen dat dat allemaal door dat prachtige zaad van mij komt, maar daar hebben ze geen oren naar. Laat maar, ik ga wel aan de kant.

Na het bezoek aan het grote rode fort in Delhi, wat een leuke eerste kennismaking is met de rijke historie die ‘hier in de buurt’ aanwezig is, en wat trouwens ook door de eigen bevolking massaal bezocht wordt deze Zondag, lopen we terug naar de trouw wachtende Bobby. ‘De tijd duurde best lang dat jullie weg waren’ was zijn opmerking, echter met begrijpende smile, het kon hem eigenlijk geen moer schelen. We worden op verzoek (‘we hebben honger, weet jij iets leuks dat westerse magen kunnen verdragen ?‘) naar een restaurant in een volledig opengebroken straat gebracht.
Een gapende 5 meter brede en 4 meter diepe holte vormt een tunnel onder de straat van het restaurant en doet het geheel een beetje ‘apart’ overkomen. Ook de sfeer van de ook aanwezige kleine handeltjes en geroezemoes van vele onduidelijke figuren stelde ons niet helemaal gerust. We waren erg benieuwd waar dit heen ging. Hij parkeerde zijn apparaat ergens in het zand en bracht ons eerst even vlug naar de voordeur van het eethuis. ’ben zo terug, anders gezeik met de politie’ (vrij vertaald). Achter de matglazen facade komt een keurig net, ge-airconditioneerd etablissement naar boven. Nette bediening, veel foto’s aan de muur met ik neem aan beroemde mensen. Ik meteen bekijken natuurlijk, da’s leuk. De grote stevige eigenaar met zwarte snor komt over mijn schouder hangen en vertelt dat hij een paar van deze zaken in diverse steden heeft en dat er vele beroemdheden bij hem zijn komen eten. Ik hield daarna mijn hart vast voor de prijzen. Onnodig.
Lekker gegeten met uitleg over de gerechten en hoe ze te eten, erg leuk. En voor een zeer grappige prijs. Loom en voldaan terug richting de Incredible Home stay. Met meneer Bobby, want die had ook hier weer een uur staan wachten. Truste jongen, bedankt man, een voor locale begrippen vette fooi en een knuffel gegeven en de avond op straat afgesloten. Deng deng deng deng deng…….. Daaagggg.
Vanwege de vreselijke afstand van 450 km naar de volgende plaats op ons lijstje, Bikaner hebben we met het hotel afgesproken een dag eerder te vertrekken en een tussenovernachting halverwege in te lassen. Hij wist wel wat. Okee prima. Morgenvroeg 08:00 uur weg. Truste.
Op de kamer wachtte echter om 24:00uur de wedstrijd Nederland-Spanje die de meiden en ik toch wel graag wilden zien.
We waren eigenlijk allemaal wel klaar en afgebrand maar zoiets mag je natuurlijk niet voorbij laten gaan. De meiden hebben de fatale afloop volledig uitgelegen op hun matras voor de buis, uitzending halfin Engels, half in Hindi of zo. Maar ik kon 7 minuten voor het einde de ogen echt niet meer open houden en ben afgegleden in een heerlijke slaaproes. Als ik wakker was gebleven had het ongetwijfeld anders gelopen. Fok….

Maandag 12-7-2010  –  Mandawa

Laat vertrek 08:00 uur met te kleine auto (eigen onhandige afspraak) Tata Indigo (Daewoo/Chevrolet kloon volgens mij) diesel wederom richting Bikaner – driver Mansingh, 53 jaar en zoon en dochter, bij hem inwonend alsmede kleinkind – lange rit van uurtje of 9 naar Mandawa waar ons een overnachting in een mooie Haveli zou wachten, een mooi gerestaureerd koopmanshuis van naar later blijkt 150 oud of zo. Prima, doe maar, goei plan. Maar die auto die ik afgesproken had, hmmm. 4 grote rugdozen en een paar tassen ‘handbagage’ past dus absoluut niet in deze rondom gekraste, gedeukte en zwaarbeleefde hatchback, waar ook nog eens zijn eigen weekend tas met overnachtingzooi in ligt. Vol=proppen. Een rit met een grote rugzak tussen de benen op de grond bij Wilma op de achterbank tussen de twee meiden en een zware tas bij mij als bijrijder op de bovenbenen. Ja, da’s fijn als je met ruim veertig graden de woestijn in rijdt op wegen die bezaaid zijn met jaren oude, nooit gerepareerde kraters, en dorpjes die best vaak uitgerust zijn met een paar misselijke veringvernietigende, carter-hermodellerende snelheidsdrempels. Slecht minimalistisch aangeduid met een rijtje flinke stenen ernaast. Okee, de auto had wel airco, maar na een halve dag rijden bleek meneer Mansingh met een H op het eind erg slaperig te worden van koude lucht. Zegt hij nadat ik hem wakker geschud heb en een bezoek aan de berm of tegenligger voorkomen heb. Ik zag het wel aankomen. Iedere passagier valt gedurende deze lange weg wel eens richting dromenland, dus dat de chauffeur dit overkomt is menselijk denk ik. Hij wordt stil in geluid en beweging, zijn oogleden gaan richting aarde en blijven verdacht lang hangen met kortere tussenpozen. Opeens mindert de auto vaart en wijkt de auto langzaam af van de rechte koers. Op zich niet ongebruikelijk in het drukke verkeer van een stad als Delhi, maar toch wel verwonderlijk op een op dat moment stille weg in niemandsland. Ik tik hem discreet aan en vraag of hij een pauze zou willen inlassen bij een tentje aan de kant. Puur eigenbelang hoor, ik geef het toe. Ik wil nog een tijdje verder leven als het kan. En de naast de kant liggende vrachtwagens met ernstige beschadigingen aan cabine zijn in mijn ogen toch ook wel een signaal dat er wel vaker iets mis gaat. Een signaal van behoorlijke importantie, qua belangrijkheid dan hè ! Maar we hebben er wel een paar lekkere thee-stops in het begin van de Thar-woestijn aan overgehouden. We kwamen na een tijdje tot de conclusie dat het rijden met volledig open ramen toch wel aangenamer was dan het rond tuffen met een maximale airco, hij had gelijk. De snelheid van de stampende diesel in veel te lage toerentallen (hij had vrachtwagens gereden waar dat normaal is) is die hele 250 km of zo niet boven de 80 km/u uitgekomen, ook niet op de goede stukken. Nou, na 9 uur rijden in die auto komen we in de middag aan bij het door de driver and friends geregeld overnachtingsplek in dorpje Mandawi, tussen Delhi en Bikaner in dus. Het was een prachtige slaapplek in een mooie gerestaureerde Haveli, een koopmanshuis uit 1885. Zo’n prachtig Efteling sprookjeshuis maal factor 3, overal versieringen, ronde vormen, slaapvertrekken met houten deuren welke uitkomen op een binnenplaats. Wauw. Na een opfrissing hebben we ons rond laten leiden door het dorpje, met rondstruinen door bedrijvige straatjes, bezoekjes aan een paar andere mooie huizen en de ontzettend relaxte manier van leven. Vergis je niet, er is nagenoeg overal herrie van fulltime toerende motor-riksjas met klappende motortjes, lichte motoren en auto’s, naar mijn blonde dochters roepende mensen en noem maar op. Maar als de mensen geen dringende zaken te regelen hebben, vallen ze ook acuut in de stand-by modus en geven ze volledig toe aan het ‘alles op zijn tijd’ gevoel. Op de terugweg nog iets te dicht langs een koe gelopen, beest wilde omdraaien maar had mij niet gezien. Een impulsieve sprong zijwaarts mijnerzijds en een afwerende onderarm tussen zijn horens voorkwamen een een-op-een-strijd en een situatie dat ik hem met mijn blote handen had moeten doden. Schijnt men niet helemaal sportief en stoer op te vatten daar. Holy cow. Die avond best lekkere happie op in het restaurant in hotel, hoewel de geroemde pittige smaakjes voor ons af en toe nog onwennig waren. Ik had slaap daarna, geen fut meer om verhaaltje bij te werken, gewoon wat keywords genoteerd en gaan snurken. De rare slapeloze uren beginnen al snel zijn tol te eisen, ook de airco’s maken je verkouden, de klap bij het verlaten van de gekoelde ruimtes is telkens weer enorm. Ook al had ik zin gehad om het online reisverslag bij te werken had dat niet gekund door ontbrekende wifi verbinding. Vette pech. We staan ‘morgen’ vroeg op om voor de ergste hitte door te rijden naar Bikaner, verder westelijker de Thar-woestijn in.

Dinsdag 13-7-2010  –  Bikaner

Na een autorit van zo’n 200 km vanuit onze overnachting in Mandawa komen we einde van de ochtend aan in Bikaner, hotel Bhairon Vilas. De verwachtingen die dit plekkie op internet schept met zijn smakelijke fotos van de kamers worden wat mij betreft nog overtroffen. Een welgestelde erfgenaam van een of andere prime minister een paar generaties terug heeft de conservering en restauratie van dit 22 kamers tellende complex op zich genomen nadat het verwaarloosd was door zijn opa en hij als enige kleinkind zin had in dit project. Een kasteeltje bijna, geweldig ding. Prachtige constructie met ruimtes op diverse niveaus en een lekkere binnentuin. Hij heeft me even rondgeleid toen ik wat flessen water ging halen bij hem, en liet me de restauratiewerken zien, maar ook een in oude staat verkerende originele kamer. Die meneer is goed bezig, een moderne jonge gast die zelf ook uit de bouw komt en dus goed bekend met de technisch aspecten van zo’n klus. Een wat beter restaurant wordt thans gebouwd in een zijvleugel en moet in oktober klaar zijn, als het toeristenseizoen weer begint.
Het is hier warm, erg warm, 45 graden vandaag. Het flessenwater is niet aan te slepen bij ons en loopt ook net zo hard weer je lijf uit via alle porieen. Door die hitte heb ik ook geen zin om de exacte positie van de trema in de laatste woord van de vorige zin uit te doctoren. En voor een keer een normaal plasje doen blijft de hele dag niets aan vocht over, dat moet je ‘s avonds inhalen door overdadig drinkgedrag. Met water. De techniek is me echter bekend.
Na een opfrisbeurt ben ik met Laura en Jolien eerst naar de rattentempel in dorpje Deshnoke gereden met taxi. Wilma kreeg ik met geen 3 kamelen mee. De tempel is niet groot, en duizenden ratten krioelen overal rond. Het is een apart gebeuren, deze verering voor anders bijna terplekke doodgemepte ziektes verspreidende knaagdieren. Ze worden vreselijk overvoerd met suikerrijke spulletjes en fokken er volledig op los met alles wat aan soortgenoten beweegt. Zolang ze althans daartoe nog in staat zijn. Grote aantallen liggen apatisch overvreten op apengapen. Best veel dode ratten gezien, magere, lelijke, blinde, aangevreten, en door suikerziekte richting dood gejaagde beestjes. Best zielig verschijnsel eigenlijk. Ook deze rattenverering heeft weer met religie te maken (don’t ask), net als die honderden holy koeien die daar plastic en Zaterdagkranten lopen te vreten omdat er verder niks groens tussenligt. Triest. Hypocriet allemaal. Maar goed, ik ga me er niet druk om maken. Het is zoals het is…
Jolien en ik hadden eigenlijk geen vrees om dit tempeltje op blote voeten te doorkruisen, Laura heeft tot op het laatste moment (bij de voordeur) getwijfeld maar ging uiteindelijk voorzichtig toch mee rond. Meiden, ik ben trots op jullie !
Bij ons hotel ligt het enorm groot en goed onderhouden Junagarh fort. De grandeur en walgelijke welvaart van handelaren paar eeuwen terug komt je uit alle vertrekken tegemoet. Deuren ergens binnenshuis gemaakt van 65 kg puur zilver, slaapvertrekken van 10 x 10 meter met gigantische tapijten en wandkleden, tierelantijntjes in kleur en in goudverf, noem het maar op. Vergaderzalen voor ‘business’, grote kamers speciaal voor vermaak als muziek en dans, spijkerbed-voorstellingen en allerlei artiesten die destijds ingehuurd werden. Voor de mannen dan, de vrouwen mochten vanaf een balkon erboven door aardewerken rasters meekijken vanuit hun kamers. Vroeger hadden mannen het nog voor het zeggen….
Linkjes naar de Britse inbreng vorige eeuw zijn volop aanwezig. Er staat een prachtig originele Britse tweedekker uit 1915 of zo in de zaal.

Toen we met het fort klaar waren zijn we onze in de hotelkamer met gammele buik achtergelaten dochter Laura op gaan halen om met de motor-riksja (Tuc tuc) naar de Oude markt paar kilometer verderop te gaan. De hotelmeneer maar dit apparaat laten regelen voor een ‘fixed price’ van 600 roepies die me wel aan stond. Ach, voor 4 man vervoer van en naar oude stadsdeel, looptoertje en vervoer naar Camel Breeding Farm km of 7 verderop. Is 3 Euro pp. We wringen ons vieren weer naast en achter de deze keer niet Engels sprekende coureur, die halverwege ook nog eens zijn broer oppikt zodat we uiteindelijk met 6 man in dat arme bakkie zaten. Genietend door de smalle straatjes en langs de brede koeien sturend. De wel goed Engels sprekende broer geeft ons een lekkere rondleiding langs ook hier weer mooie handelshuizen, straatjes en onder andere de kruidenmarkt, de bron van veel darmleed bij toeristen. Maar het ruikt er toch verrekkes lekker en uitgereikte proefhapjes smaken lekker herkenbaar soms, ook vaak niet. Onze eigen meegebrachte mix van blanke huidjes, lange gestaltes en blonde haartjes trekt weer veel belangstelling, we worden wereldberoemd, echt wel.
De Tuc tuc staat weer klaar om ons uit deze gezellige drukte weg te brengen en als tijdvulling (ongetwijfeld ingecalculeerd) naar een tapijten/ en kleden handeltje te rijden. De gids krijgt hier uiteraard commissie. Geen echte verrassing natuurlijk. Ik vroeg hem om me eerlijk te zeggen wat er voor hem tussen zat, bleek 3 procent te zijn, ik gun het hem wel. Mijn vrouwen kregen ernstige jeuk bij het aanschouwen van de mooie degelijke spullen in de zaak . Een zaak waar Richard Gere en Bratt Pitt jaren terug een best grote bestelling uit de topserie van dit spul deden (uit ‘de 3000 euro kleedjesbak’ en zo) toen ze in Bikaner waren voor filmopnames van (…?). Trots komt een A4-foto van Gere met de mannen boven water. De meiskes gingen wat bescheidener de deur uit met drie mooie bedspreien, die goed ingepakt onder de zitting van onze driewieler gingen om vervolgens door te rijden naar de Camel Breeding farm, een stukje de stad uit. Deze op een na grootste kamelen ’kwekerij’ in de wereld (niet persoonlijk gecontroleerd, slordig van me maar ja) houdt de ontwikkeling en fok van de voor allerlei doeleinden gebruikte kamelen onder strenge controle. De soort een beetje zuiver en goedhouden is hun drijfveer denk ik. Zo mag iedereen met zijn vrouwtjesdromedaris (want dat zijn het eigenlijk, deze eenbulters) langs komen om te laten dekken. Gratis. Kun je het zelf niet voor doen.
Qua bezienswaardigheid is de farm aardig, maar meer ook niet. Blijven echter vreselijk toffe beesten.
We tuffen einde middag terug naar onze slaapplek om te eten en te douchen en te douchen en te douchen, helpt niet. Je T-shirt hier langer dan 3,5 minuut droog houden kan niet. Loslaten.

Donderdag 15-7-2010   –   Jaisalmer

Om 05:00uur staat de via onze vorige chauffeur mr Mansingh geregelde auto met chauffeur (=taxi) klaar in Bikaner om ons in een 4,5 uur durende rit voor 4000 Roepies (ca 75 euro) naar het 330 km verderop gelegen Jaisalmer te brengen, nog westelijker de woestijn in.
De man spreekt geen woord Engels dus het wordt een lekker buitengapen tocht met alle ramen open bij een maximale speed van km of 90. Is lekker toeren, ja. Volgens mij hebben we 1 eekhoorntje plat gereden, dat wel. Heb in deze eerste ongemakkelijke stilte maar niet gevraagd of de radio aanmocht want dat doen ze hier nooit volgens mij, en het voorkomt dat je 4,5 uur lang naar een hard jengelende Indiase zender zit te luisteren.
Meiden snurken achterin soms, de weg is mooi vlak, maar niemand rijdt hier hard.
De reis loopt voorspoedig en we besluiten na het ontbijt op het dakterras van ons slaapplekkie om die middag maar eens lekker niks te doen. Douchen, boekje lezen, dutje doen, morgen weer een dag. Hard genoeg gelopen de afgelopen dagen, iedereen heeft energietekort. En zo sukkelen we de avond in en na wat drankjes en lekker uitzicht op het grote Fort (met originele naam ‘Jaisalmer Fort’ ). Het Shahi Palace Hotel is een eenvoudig maar aardig netjes uitgevoerd gebouw in een zooistraat. Volledig opgetrokken uit grote kalkzandstenen blokken (zoals de grote kerk in Breda) en niet verder behandelde muren, je ziet dus de hele oer-constructie in de hele binnenkant terug. Degelijkheid straalt er overal vanaf. Sierlijkheid straalt er ook vanaf, er is door vakmannen vreselijk veel tijd gestoken om vele siervormpjes is de stenen uit te hakken, echt mooi. Tierelantijntjes is echt India hoor. Vroeger en nog steeds. Omdat het daar sporadisch regent en ventilatie in deze temperaturen toch wel lekker is, in de eerste verdiepingsvloer en in het platdak (waar het restaurantje zit) een vierkant gat opengelaten van 2 x 2 meter, met een metalen rooster erover. Kamers kunnen doortochten dag en nacht, dus altijd ventilatie van boven tot onder. Hou ik van, degelijke eenvoud. Rondom ons hotelletje wordt thans druk gebouwd aan nog meer soortgelijke gebouwen die straks ook het internet op gaan als ‘Hotel/Guest house met rooftop restaurant en view on the Fort‘, want dat verkoopt. Een medeoorzaak van deze bouwexplosie is dat de slaapplaatsen in het 800 jaar oude Fort bovenop de rotsen komen te vervallen wegens bouwtechnische- en waterhuishouding problemen en de uitbaters dus ergens anders iets moeten gaan ondernemen. Hoorde ik, zal wel.
Voor Vrijdag 16-7 hebben we een jeeprondritje van km of 40 in de buurt met wat sightseeing inclusief een uurtje of anderhalf kameelrijden geboekt. Gewoon om die beesten eens mee te maken, niks spectaculairs. We karren eerst naar een mooi tempelcomplexje paar kilometer uit de stad, waarna we nog langs een tweetal groepjes woestijnbewoners gaan om te kijken hoe die leven. Dit laatste komt mij allemaal een beetje te commercieel in scene gezet over. Voelt niet zo goed, dat gepland spontane bezoekje, hoewel de mensen aardig zijn. Na toch wat leuke momentjes rijden we verder naar de kamelenhouders, die voor ons ieder een beest opgezadeld hebben. Ze liggen lekker ontspannen een beetje te herkauwen (de kamelen) en kijken ons aan met grote bruine ogen, geen enkel kwaad in de zin. Net als een koe eigenlijk, maar dan veel eleganter. Er is een tocht gepland van ruim een uur naar een plek in wat zandduinen waar we tot zonsondergang zullen blijven en waar de jeep ons weer op zal pikken. Het is precies lang genoeg voor iedereen geloof ik. Een meerdaagse tocht had een grote vergissing geweest lijkt me. Lekker het hobbelen van het schip van de woestijn gevoeld, zijn uitlaatgassen geroken (die kan enorme scheten laten !!) en meegenoten van zijn vliegen bij ondergaande zon. Was mooi. Teruggereden, douche, eten, biertje, truste. Morgenvroeg 05:00 uur staat de Tata Indigo van het hotel klaar om ons naar Jodhpur te brengen.

Zaterdag 17-7-2010  –  Jodhpur

Het begint een sleur te worden, het verkassen van stad naar stad. Ook deze Zaterdag hebben we een auto geregeld omdat het treinstransport in een basic wagon tussen ‘het volk’ door iedereen afgeraden wordt, zeker met dit blond gezelschap. Het aangestaard worden is soms wel even grappig, maar niet in een volgepakte wagon waar je niet uit kan. 5,5 uur lang. Nee doe maar niet. Dus een verlengde Indigo met extra beenruimte achterin brengt ons voor 3300 Roepies (60 euro, 15 per persoon) naar Jodhpur, 300 km verderop in Zuid-oostelijke richting. Ook deze meneer spreekt nauwelijks Engels.
In Jodhpur komen we halverwege de ochtend aan bij het Saji Sanwri Guesthouse van de stevige vrolijke energieke mevrouw Bohra. Een plekkie dat in een smal straatje in een drukke omgeving ligt. Een 32 kamers tellend familiehuis, waarvan er een stuk of tien voor gasten beschikbaar zijn. Op zich een mooie constructie van drie verdiepingen met een natuurlijke charme, maar dat behoorlijk aan zijn lot is overgelaten. Onze kamer heeft dramatisch sanitair in een vreselijk warme ruimte. Op de zonnekant denk ik. Een prima combinatie voor de miljarden foute bacterieen, die er elke dag een mooi feest hebben. Had ik al verteld dat je de spoelbak met een emmer moest bijvullen na een spoelbeurt ? En dat we een ligbad hebben, dat niet aangesloten is en waar een mooie bruine belijning in kleur volledig afgestemd is met de bruine vlekken op de bodem ?. Nee, ze bedoelt het goed, maar dit is niks, sorry. We worden van diverse kanten verzocht om zeer spaarzaam te zijn met water omdat de laatste fatsoenlijke regenbuien al van jaren geleden zijn. Kort douchen, niet teveel water die wc in, enzovoort.
Na een dutje na aankomst dwarrelen we wat door de hectische straten van de stad. Overal kraampjes, overal smalle pijpjes onder de huizen die dienen als vaste verkoop en produktie ruimtes. Naaiateliertjes, kruidenvoorraden, metaalbewerkers, fietsenhandel, textielhandel, edelmetaal, het zit er allemaal, men is overal mee bezig.
De droogte blijkt erg tastbaar als we gedurende het dwarrelen per ongeluk een waterreservoir aantreffen in de stad. Onzichtbaar achter normale muurtjes maar wel toegankelijk ligt een enorm gemetseld gat van zeker 25 meter diep, in een trechtervorm, met trapjes aan de kant van boven tot onder om de mensen bij het water te laten kunnen. Ik neem aan voor wassen van kleding. Het water was nu nog net hoorbaar in het laatste stuk, een vierkant stuk in de diepte waar niemand bij kan. Bijna op. Spookie sfeer. We lopen verder.
De stad heeft een heuse kloktoren op een groot, vreselijk druk plein, waarschijnlijk weer een Brits overblijfsel, niet gevraagd. Er komt veel herrie van het plein. Heel veel kraampjes, een hoop koeien, tientallen TucTucs die ons toeterend per minuut voorbij komen. Ook de mij als motorliefhebber imponerende eindeloze stroom lichte Hero Honda motorfietsen met een vaak idiote hoeveelheid mensen of goederen erop vastgeknoopt. Leverbaar in 80, 100,125 en 135 cc, maar dan kan ik ze ook verwarren met een ander B-merk Licentiemotortje van kawasaki of Yamaha. Het is fantastisch om allemaal te zien gebeuren, je kijkt je ogen uit, ook na een week nog steeds. Genieten.
Die avond vinden we in de stad via de Lonely planetgids een aardig verzorgd uitziende binnentuin van een restaurant en eten daar wat. De bestelde groente in curry, een klassieker, laat ik na een hap staan vanwege hevige protesten uit de maagkamer. Dit Indiase eten is niet voor mij, ook niet na diverse dappere pogingen eerder deze week. Volgend jaar gaan we maar een paar weken bami eten in China of zo, dat gaat me prima af. Ach, deze avond raakt het buikje toch wel vol met andere dingetjes als de veilige salades en soepies. Via de geldmachine een paar straten verderop in de drukte gaan we terug naar mevrouw Bohra’s groene stoffige huis waar we na wat afkoelen en internetten vrij vroeg gaan snurken. De dag die om 04:15 begon mag best om uurtje of tien eindigen toch ? Na kleine uitslaapmogelijkheid hebben we de Zondag 18-7 een bezoekje aan het grootste fort ter wereld gepland, het Mehrangargh Fort in Jodhpur hier. Als een imposant stoer beest waakt hij daar boven over de blauwe stad, boven op een rots, totaal een meter zestig omhoog dacht ik. Zoek maar even op, jullie hebben nu internet aanstaan terwijl ik hier dit verhaal moet uittypen. Nou kun je hier bijna niet de straat op zonder dat nagenoeg elke TucTuc chauffeur je een rondrit door de stad aanbiedt, nu ook weer. En dit keer kwam het wel goed uit. Op zijn visitekaartje stonden de 5 items al op rij waar hij ons naar toe kan brengen. Het Fort, de Jaswant Thada – een tempelcomplex in wit marmer – stukje van fort af, tuinen in de stad, en nog iets.
Tempels en fort waren weer erg imposant, de tuinen inclusief magere dierentuin was niks eigenlijk. Maar die tempel en het Fort, wauw, als je zoiets tegenwoordig nog zou bouwen is dat onbetaalbaar. We moeten hier als wereld zuinig op zijn, ze weten dat hier ook, security en toegangsprijzen dragen hier aan bij. Ik betaal ze met liefde. Het uitzicht op Jodhpur, ‘de blauwe stad‘, vanaf de twee bouwwerken, is heel grappig eigenlijk. De stad is niet volledig blauw geschilderd of zo, misschien dat dat 50 jaar geleden nog wel was, maar thans valt het een beetje tegen doordat ons beeld behoorlijk voorgevormd was door tv-programma‘s en verhalen. Als je door de straten daar beneden loopt heb je het in ieder geval niet meteen in de gaten, maar van boven, neerkijkend op de hele verzameling bij elkaar heeft het blauw weer wel overhand. Grappig. We zoeken einde van de middag het rooftop-restaurant op van Hotel Haveli, want meneer Lonely P zei dat je daar lekker kan eten en een mooi uitzicht over de stad hebt. Hij heeft gelijk, goed bevallen. Morgen weer een dag, en wederom een Tata Indigo met nauwelijks Engels sprekende chauffeur geregeld die ons naar Udaipur gaat brengen om 05:00 uur. Weer 300 km verder Zuidelijker.

Maandag 19-7-2010  –  Udaipur

Keurige vroege rit met keurige chauffeur brengt ons deze ochtend vroeg weer een paar honderd kilometer zuidelijker. Onverwacht komen we ook langs het plaatsje Ranakpur waar een paar prachtige Jain tempels staan die we voor de volgende dag eigenlijk ingepland hebben. Hij stelt zelf voor deze nu te bezoeken omdat we NU voor de deur staan. Een overweging waar we op in gaan omdat de tempels toch zo’n 80 km uit de stad liggen en dit dus voor extra kosten en tijd de volgende dag zouden gaan zorgen. Het nadeel blijkt te zijn dat de hoofdtempel pas om 12:00 voor publiek geopend is, tot die tijd zijn de gelovigen aan de beurt. Logisch. Echter wel erg jammer omdat de hoofd-’attractie’ de 1444 unieke gebeeldhouwde marmeren zuilen zijn die in de totaal 29 ruimtes staan. Hmmmm. Het is zo. Een kilometer of 10 verderop stoppen we voor een laat ontbijtje met koffie in een heerlijk rustig restaurant op een berg. Doodstil uitkijken over een vallei, heerlijk rustpunt na al die kilometers. In Udaipur ligt het Panorama Guest House op ons te wachten, we zullen hier drie nachten slapen. Ruim opgezet betaalbaar commercieel ding, geen eigen gezicht tussen de soortgenoten rondom, wel een prima hangplek op dak met restaurantje erbij. Vanuit de kamers hieronder hebben we ook een aangenaam kijkend uitzicht op de stad, het brede City Palace en op het Pichola Lake. Het meer waarin het dure Lake Palace Hotel voor de rijkeren op een eilandje hartstikke wit en interessant ligt te wezen. Scenes voor James Bond’s Octopussy zijn hier opgenomen. Het rijkere eilandgevoel wordt echter thans lichtjes ondermijnd doordat er niet genoeg water voor een heel meer is en je er dus eigenlijk via de drooggevallen bodemdelen heen kunt wandelen. Een touw en een bewaker zorgen dat men dat niet doet hahaha. Voor ons is die droogte een ongekend verschijnsel, hier erg tastbaar. Ik kreeg wel een apart gevoel, staande op de meerbodem, omhoogkijkend naar een brug eroverheen. ’aan het eind van mijn water hou ik de laatste tijd een stuk brug over’ was het enige dat in me opkwam. We sjouwen weer door de stad, zelfde India taferelen, iets onhandiger gebouwde binnenstad, we eten de avond bovenop het hotel en kijken vol interesse naar de familie apen die voorzichtig uit de boom verderop komen om op strooptocht de stad in te gaan. De Apenheul, maar dan reality. Moeders met kindjes hangend onder de buik, stoere leiders en schichtige volgers. Maar die geweldige handigheid waarmee ze over de randen, draden en dak heen raggen is fantastisch. Laura gaat nog even aan het internet op de eerste verdieping aan de rand van een balkon, en ik steek lekker een sigaartje op en luister naar het uitstervend stads-geroezemoes. De ogen worden zwaar….

En nu hebben we er de tweede dag hier bijna op zitten. Deze Dinsdag 20-7 loopt ten einde, het is nu 18:09u, tijd om langzaam weer aan eten te denken. Wilma ligt al heel de dag op bed, genietend van een weekmakende leegloop. Ik ben met de meiden zojuist terug uit het oude stadsdeel. Beetje rondgelopen, het mooie City Palace bezocht. Niet het hele gebouw want het is nog deels in gebruik. Weer prachtige sprookjestaferelen daarbinnen. Spiegelkamers met felle kleuren en honderden ingemetselde spiegeltjes, kamers met rood, goud, kitsch, binnenplaatjes met allerlei mooie afwerkingen en oude muurschilderingen, onhandige ’platte’ schilderingen van tijgerjachten en veldslagen, items uit het verre verleden, foto’s van vele Britse legermensen die daar een tijd de dienst uit hebben gemaakt. En nog veel meer dan mijn bescheiden geheugen vast kan houden. We denken voor morgen aan een stukje olifant rijden, kijken of we het voor elkaar krijgen, het Hotel kan er uiteraard voor zorgen. Tot later.

Dat olifantenplannetje van maandagmiddag blijkt niet helemaal te lukken, aanplakbiljet is oud en de olifanten worden tegenwoordig in dorpen verderop gehouden. Bij terugkomst afgelopen maandagmiddag met de meiden blijkt Wilma de leegloop te hebben overleefd en waagt het erop om mee te gaan eten bij een restaurantje einde van de straat. Ik heb de eigenaar, een vlotte magere ‘hippie-Indier’ ergens in de vijftig met grijze paardenstaart die middag al een hand geschud toen een processie vrouwen voorbij kwam en ik toevallig bij hem informeerde wat dit allemaal betekende. Ze waren een vrouwendag aan het vieren, een privé feestje waarbij enkel de vrienden, familie en naasten uit hun kring uitgenodigd waren, of eigenlijk waarmee ze gezamenlijk het feestje vierden. Paar herriemakende blazers en trommelaars voor de stoet uit en lekker pleziermakend over straat dolen. Leuk gezicht, happy people in mooie kleuren. Maar die hippie heeft dus een niet al te gezellig ogend restaurantje op een hoek, maar serveert ook niet-Indiaas eten, en da’s belangrijk in deze dunne dagen. Hij maakt een geweldig lekkere dikke groenten noodlesoep voor me, en een Mexicaans bonenfeestje met groenten en een soort wrap, heerlijk gegeten. De meiden hadden ook lekkere dingetjes die goed vielen. Wilma hield het voorzichtig bij een soepie vanwege de buikprobleempjes. De Hippie pikte dit op en bleek een praktijk met massages, acupressuur en nog iets moeilijks te hebben. En een dik gastenboek met lovende woorden over zijn kundige praktijken. En hij had de oplossing, ’please let me treat you upstairs’. Meisje Wilma werd na onze aanmoedigingen uiteindelijk enthousiast en is voor een uurtje behandeling mee naar boven gegaan. Elk gewricht wordt even op een verfrissend pijnlijke manier ‘gelicht‘ horen we achteraf, ook vele spieren en zenuwen heeft hij goed te pakken gehad. Van alles mankeert aan haar lijf, zo krijgt ze heel fijn te horen, dus een vervolgbehandeling is eigenlijk wel gewenst. Maar die 25 euro is voor deze ene belevenis genoeg.
De mooie ongewone ervaring met deze bijzondere man is leuk. Hij houdt katten en een hond als huisdier, hier behoorlijk ongewoon. Ja, toffe vent wel.
Dag 3. Woensdag 21-7-2010
Wilma is weer op stoom en we nemen haar mee over de droge rivierbedding om het witte ‘Bond-hotel’ nog eens te bekijken, waarna we een eind door de stad lopen. Uiteindelijk worden we aangesproken door een vriendelijke goed Engels pratende Riksja-man die met wat collega’s aan de kant van een rustige straat met duurdere hotels staat te wachten. De straat lijkt dood te lopen en ik vraag hem hoe terug richting hotel te kunnen komen. We kletsen een tijdje en besluiten een TucTuc voor een wat uitgebreider rondje te nemen. We zoeven met een fijne soepel draaiende tweetakt machine zonder zware mechanische bijgeluiden naar een bedrijf dat textiel bedrukt en fijne schilderijen maakt. De vakmannen zien we daar aan het werk en er staat en hangt een grote hoeveelheid prachtig spul in dit grote gebouw. Uiteraard kun je het kopen, daar heb je het weer. Het voelt echter goed, omdat dit een coöperatie betreft van een grote kring arbeiders in dorpen die delen in de winst. De prijzen van het textiel zijn acceptabel in onze ogen. We kopen echter niets, er liggen al mooie verpakte kleden van de meisjes in de kamer. Aansluitend struinen we over de bazaars in het oude stadsdeel, waar de grieten uitgebreid in een tassenwinkel naar mooie dingetjes zoeken. En deze vinden. Ikzelf scoor een dikke zwarte ’leger-kwaliteit’ reistas in hufterproof sterkte zonder enige vorm van Rajahstaner sierlijkheid die mijn overleden tweedehands marktplaats rugzak moet gaan vervangen. De rubber anti-regen-coating aan de binnenkant is vergaan en laat op mijn hele hebben en houwen rubber schilfers achter. Dat ben ik beu, hij moet gaan. Door de straten galmt ergens muziek met zang, waarna snel een grote groep mannen in witte gewaden het straatbeeld vult, voorafgegaan door een groepje muzikanten in en voor een kar. Ook voorafgegaan door irritant harde vuurwerk-knallen. Voor de mannen in wit uit, loopt een versierd wit paard met daar op een man, dat is ‘m meiden, hij bestaat, de prins op het witte paard. Hij gaat trouwen, en ze gaan zijn meisje ophalen. Mooie ceremonie. Leuke aanpak. Daarna vinden we nog souverir-prullaria in een prachtige foute winkel die alles heeft wat je niet nodig hebt, voor thuis in de kast. En nu gaan we zometeen eten, lekker simpel weer in het rooftop restaurantje van ons Panorama Guest House. Voor morgenvroeg hebben we treitickets voor 06:15uur geregeld in een second class AC wagon, aankomst uurtje of 11:15 dacht ik in Ajmer, een kilometer of 20 verwijderd van Pushkar waar we in de middag dan zullen aankomen voor het volgend stuk van onze reis. Daaaag.
Kleine aanvulling: hedenavond is de eerste uiterst vette moesson-regenbui naar beneden komen denderen om onder andere het drooggevallen meer aan te vullen. Of dit gelukt is zien we morgenvroeg. Truste.

Donderdag 22-7-2010  –  Pushkar

Beneden rond de receptie van ons Guest House is alles nog donker om 05:15 uur als we de zware rugzakken en kleine tassen naar beneden sjouwen, met zweet op de rug en borstbeen tot gevolg. De uitbater ligt samen met drie collega’s op de grond te slapen, de voordeur staat open voor de frisse lucht. We wringen ons langs de levenloze lichamen en zetten de spullen buiten op de stoep zodat de taxi over een minuutje of tien snel ingeladen kan worden. Een van de mannen ontwaakt en doet in halfbewuste toestand een poging een beetje te helpen, wat niet echt zinvol is maar wel gewaardeerd mag worden. Dan wordt in de straat om de hoek het licht van de koplampen zichtbaar van onze taxi. Een spierwitte redelijk nieuwe Ambassador Classic komt de hoek om een probeert luid toeterend een dromende koe die de afslag naar ons blokkeert tot opschuiven te dwingen. De irritante toeter wint, de koe zoekt zijn rust vijf meter verderop. Ik ben blij, mag ik eindelijk een stukje meerijden in dit charmante type auto, dat een nog steeds geproduceerde imitatie is van een of andere Fiat denk ik half de vijftiger jaren. Bolle vormen, hoge stoelen. Mooi ding. Ze hebben er tegenwoordig wel een moderne 1800 diesel in gehangen. We proppen de auto vol en rijden richting treinstation van Udaipur. De auto rijdt verrassend soepel en veert lekker. De chauffeur toetert zich helemaal wild deze vroege ochtend naar alles wat beweegt in de buurt van zijn geplande rijrichting, of zelfs maar dreigt te gaan bewegen. Lichtjes overdreven gedrag van hem, wel kenmerkend voor het automatisme van het toeteren dat hier algemeen ingeburgerd is.
De trein staat er al, op perron 2 als we om 05:45uur afgezet worden op het station. Het E-ticket dat onze hoteleigenaar geregeld en geprint had geeft het wagonnummer en stoelnummers weer. Verfrissend hebben ze in dit land eenvoudigweg op de buitenkant van alle wagons geschreven welk type het is en welke stoelen zich bij welk raam bevinden. We hebben de AC second class coach dan ook snel gevonden. Voor 2100 Roepies (E 38) brengt hij ons vieren naar Pushkar, ook weer 300 km verderop. Een redelijk comfortabele rit met gesloten ramen en koude lucht volgt. Er wordt stevig geouwenhoerd door iedereen in de trein. Kelen worden luid geschraapt, harde boeren galmen de lucht in. Sommige stops op stations gaan wel richting een kwartier en diverse mensen schieten dan ook even de trein uit om bij een van de stalletjes een kopje thee met wat eten te halen. Wij hebben ook nog niet gegeten, maar we hebben geen idee hoelang een trein ergens blijft staan dus we nemen de gok niet en blijven met een paar droge koekjes en een flesje water keurig zitten. 5,5 uur later zijn we er, keurig netjes op tijd.
Op het stationnetje van Pushkar krijg je meteen van velen een vervoersaanbod of verzoek om geld. Een jongen vraagt of hij mijn gescheurde handbagage-tas mag repareren. De scheur is echter richting 25 cm gelopen en voor mij is deze al afgeschreven en zal een dezer dagen vervangen worden door iets fleurigs Indiaas. Ik vertel hem dat, hij vindt het vreemd dat deze nog hartstikke goeie tas door mij weggedaan wordt. Tja. Qua vervoersaanbiedingen pik ik de eerste meneer eruit die ons met een Maruti Suzuki, model Omni (busje) naar Pushkar brengt, kilometertje of 10 noord-westelijker.
De auto stopt net buiten het stadscentrum omdat auto’s en TucTucs daar geweerd worden. Een meneer met handkar ziet dit en schiet ons aan, hij wil onze tassen 500 meter verderop naar het Mayur Guest House vervoeren op zijn handkar. Prima, het is veel te warm om te sjouwen. De kar heeft vier fietswielen die men met houten planken aan beide zijden versterkt heeft zodat ze geschikt worden om grotere lasten te vervoeren. Heerlijk hoe praktisch men in dit land denkt. Het huis blijkt het meest basic verblijf te zijn dat we tot nu toe aantroffen. Kamer met ventilator en balkonnetje en badkamer met miezerige douche en toilet. Dit is echt de oorsprong van een gezinshuis dat kamers verhuurt aan reizigers, een oer-guesthouse. Poly, de zoon van de eigenaresse (‘I am mam’) heeft zijn baan als leraar stenografie opgezegd om fulltime het huis te runnen. Hij houdt de gastenkamers in het huis heel bewust simpel omdat hij niet wil groeien tot een onpersoonlijk gerund luxe gebeuren. Contact met de gasten vindt hij belangrijk, en hij wil eigenlijk alleen te maken hebben met gasten die respectvol omgaan met de mensen en gewoonten in het religieuze dorp. Waardeer ik wel, we eten een ontbijtje met de familie mee, zittend op de grond.
Dit is de tweede stad waar we apen aantreffen. Grote families met kleintjes sjouwen over dakranden, zitten alles op het gemakkie te bekijken op hoeken van huizen, hangend als mensen, geen kwaad in de zin. De eerste middag bekijken we ook eventjes de omgeving vanaf het dak van ons gasthuis, en zien ook een eindje verderop wat apen aan de gang. Ik vraag Jolien wat koekjes te gaan halen beneden om ze er eentje te geven, want iets geven is geen probleem zegt de broer van Poly. Dit hebben ze heel snel in de gaten en komen ongegeneerd dichtbij ons zitten, en maken een grommetje met ontblote tanden om aan te geven dat ze een happie eten wel zien zitten. Het koekje wordt aangepakt en stukje voor stukje opgeknabbeld precies zoals wij doen. Lachen. Een tweede komt ook langs en vraagt en krijgt ook. Na wat fotootjes gaan we maar terug naar beneden om te voorkomen dat de hele familie straks om ons heen zwermt en de sfeer misschien omslaat.
Als we ‘middags een eerste rondje dorp doen, valt ons op dat het Pushkar meertje in het centrum na de intense regenbuien van de avond ervoor weer gevuld is. Een Nederlands stel vertelde ons gisteren namelijk nog dat ze zojuist hier vandaan kwamen en dat het meertje door het uitblijven van de moesson volledig droog stond. Einde middag eten we een lekker in het Rainbow restaurant met uitzicht op het meer.
In de schemer lopen we terug terwijl de vele handeltjes hun deuren langzaam sluiten. Maar toch nog even uitgebreid geneusd tussen de kleurige budget-schoentjes, lokaal gemaakte parfums en wierookjes. Er gaat weer een en ander mee naar huis… Ik twijfel over de aanschaf van een paar sierlijke met gouddraad opgeleukte Pakistaanse schoenen met opgekrulde voorzijde, Efteling-class. Voor thuis tegen de muur, of voor op het werk, mocht ik in een uitbundige hi-I‘m-back-bui zijn. Dolend in de avond over de lantaarnverlichte straten zien we nog een varken smullen van een verse koeienvlaai, en een koe die staat te drinken van de zeikstraal van een collega-koe. Welterusten India, tot morgen.

De tweede volle dag Pushkar wordt een simpele relaxte. Ontbijtje in en mooie binnenplaats van Guesthouse Seventh heaven paar straten verderop, rondje lopen zonder Wilma die een dunne dag heeft, beetje luieren, verhaaltje typen, eten, luieren, eten, vervoer naar Jaipur voor morgen geregeld, welterusten. Hmm vooruit, misschien straks nog even naar die Pakistaanse schoenen kijken…… ik zie wel….

Zaterdag 24-7-2010  –  Jaipur

Jaipur is ons tegengevallen. Bij het binnenrijden van deze hoofdstad van deelstaat Rajahstan overvalt je de enorme verkeersdrukte die de proporties van Delhi heeft. Onze chauffeur wringt ons door de enorme toeterzee en kriskras overstekende en draaiende verkeerdeelnemers. De drukke lelijke straten stralen helemaal niet de charme uit die we de laatste weken in diverse steden en dorpen wel aantroffen. De mensen hebben meer een stadsmentaliteit zien we al snel, ze zijn harder en minder in voor sierlijkheid en vaderlandse trots. Het is ook enorm warm. Niet zozeer de temperatuur die ‘slechts’ tegen de 40 graden aanleunt, als wel vreselijk hoge luchtvochtigheid is vandaag een killer. We zijn moe aan het worden, de darmen hebben er ook niet altijd zin in, de humeurtjes zijn daardoor wat kwetsbaar. Het Vinayak Guest house ontvangt ons die ochtend op open en vrolijke wijze. Een gelovige familie woont hier, ze hebben zelfs een klein kamerhoekje als eigen tempeltje in gebruik, al generaties lang. De energieke leuke zoon laat het ons trots zien. Er is een verbouwing gaande, hij wil de gevel van het redelijk saaie pand een meer traditionele en mooi gedecoreerde Rajahstaner look geven. Een sierstuk er bovenop en aan weerszijden de gevel wijzigen. Over een maand moet het klaar zijn. Komt me erg ambitieus over, hoewel de bouwers absoluut niet traag overkomen. Overdag wordt er druk gehamerd en gesjouwd door deze mannen, die een prachtige steiger in elkaar hebben gezet van dikke bamboe-palen en stevig touw zoals je hier overal ziet. Het betere padvinderswerk zeg maar.
Na een opfrissing en een ontbijtje (da’s het nadeel van vroeg rijden, je eet niet..) besluiten we dat het leuk is die middag nog het Amber fort 10 km buiten de stad te bezoeken, je kunt daar schijnbaar met een olifant naar boven, wat ons er grappig lijkt. Ik had echter thuis al in de Lonely P gelezen dat er een organisatie zich inzet voor een beter lot van de hiervoor gebruikte beesten. Het zat er dus wel een beetje dik in dat dit korte ritje naar boven gewoon gelopen moest gaan worden. Inderdaad, geen olifant gezien en in de hitte enorm zwetend naar boven gelopen. Wel een aardig fort, maar we hebben mooiere gezien in de woestijn, we raken verwend…. Als we terug naar beneden lopen zien we de enige olifant die door zijn verzorger een lekkere frisse schrobbeurt krijgt in het meertje wat erbij ligt. Het beest geniet zichtbaar. Voordat we dit fort aandoen, neemt de Riksja-driver ons eerst mee naar een mooi wit marmeren soort mausoleum. Het is een beauty met prachtig Italiaans marmer dat ze speciaal hebben laten overkomen destijds omdat ze hun eigen spul niet goed genoeg vonden. Een respectloze duif zit op een paar meter hoogte op het hoofd van een prachtig uitgehouwd marmeren figuur de arm van deze persoon onder te poepen.
Zondag 25 juli hebben we een hele dag tot onze beschikking in deze stad, maar eerlijk gezegd heeft niemand erg veel zin. We rijden toch naar ‘de Apen Tempel’ paar km buiten de stad omdat lui op de kamer hangen een beetje een verloren dag zou zijn, en we dit fenomeen toch willen zien. We weten niet goed wat te verwachten en treffen dan ook iets anders aan dan het beeld in onze bol. Het beeld leefde dat een tempel compleet overgenomen zou zijn door een grote apenstam of zo. Het blijkt een erg oud en grotendeels vervallen tempelcomplex te zijn dat door de Indische mensen als gratis uitstapje gebruikt wordt. Kamera’s toeristen 50 roepie, dat wel. Een van de ruimtes is nog als tempel in gebruik en trekt vele bezoekers. Schoenen uit natuurlijk… Er zijn op diverse niveaus een paar waterbasins die door de mensen gebruikt worden om te badderen. Een hoop gespetter en vrolijke mensen. En apen. Niet zoveel echter. Er hangen wat apenfamilies met verrassend veel jonkies op een tweetal plekken rond waar veel fruit gegeven wordt. Misschien wel teveel. Een vergelijking met de rattentempel is snel gemaakt, maar hier is de voeding wel goed, de beesten zien er goed uit. Een moederaap houdt haar kleine wurm stevig bij de staart vast om te voorkomen dat deze van het plateau aflazert waar ze zitten te eten. We lopen zwetend de trappen op en af en maken wat leuke apenfoto’s. Op de terugweg laat ik de chauffeur langs het Hawa Mahal rijden, het bekende kleine paleis der winden in de stad. Een op zich niet zo interessant complexje maar met een erg grappig gebouwde facade, pal aan de straatkant, heel ondiep en hoog en met vele kamertjes/hokjes waar de paleisvrouwen vroeger een glimp van het dagelijks leven op straat konden opvangen. De ingang is aan de achterzijde en dus vroeg ik bij vertrek aan meneer TucTuc of hij even langs de voorzijde wilde rijden voor een foto die ik wilde maken. Een bedelende vrouw met kind laat me niet met rust, ook na 14 negatieve antwoorden op haar vraag om geld, dus ik negeer haar verder en maak snel de foto’s vanaf de overzijde straat. Die avond reken ik het verblijf af en het vervoer de volgende dag naar Agra, waarna we een bescheiden happie eten in het gezellige drukke rooftop restaurant van een hotelletje ergens in deze ongezellige stad.

Maandag 26-7-2010  –  Agra

Fris en monter smilend staat mr Raman deze ochtend om 04:45 uur bij onze kamerdeur met 4 kopjes chai (thee met melk en kruiden), want dat had hij beloofd net voor het geplande vertrek om 05:15uur. Erg attent. De taxi staat er al, maar het is nog geen tijd, we doen rustig aan. Na een tussenstop voor een ontbijtje ergens aan de weg, komt ons bij het binnenrijden van Agra een betere sfeer tegemoet dan in Jaipur. Ook stervensdruk in sommige straten, maar toch ergens wel sympathiek. De chauffeur van de taxi vindt de mensen hier echter geen discipline hebben, hij mag ze niet. Hmmm, het kan zijn dat hij vindt dat men zich hier niet houdt aan de ‘strakke’ sociale verkeers-spelregels die elders gelden en waar hij aan gewend is. Ach ja. Op een vreselijk met gaten, bulten en kuilen bezaaide zandweg die een drukke doorvoerweg is aan de rand van de stad, ligt een vrachtwagen midden op straat op zijn kant. Gekapseisd door een te diep gat, zijn lading witte cement of iets op straat neergekwakt. Je zult er maar naast gefietst hebben…. We schrijven ons in bij Hotel Sheela aan de East Gate van de Taj Mahal en we rommelen wat aan. Wilma is een beetje gammel en doet een dutje, ik doe de was (!) en leg hem te drogen in de lekkere zon hier, ondanks de waarschuwingen van de leiding hier dat er af en toe apen in de tuin komen en dingen meenemen. Een schommelbankje in de schaduwrijke tuin nodigt mij uit een sigaartje te komen opsteken. En inderdaad, als wij in de middag op pad gaan om even een stukje te lopen, zit een handvol apen in de bomen en op randen langs het gras. Gewoon een beetje te koekeloeren, blaadjes etend, niks verontrustend. We krijgen te horen dat de kaartverkoop van de Taj 800 meter de andere kant op is, en gunnen na enig overleg een magere fiets-riksjameneer met een visuele handicap het vervoer van Laura en mij naar de ticket-balie. Wilma en Jolien blijven bij de hotelpoort wachten. De goede man doet echt zijn best, maar de lichte stijging in de weg wordt hem al snel teveel op de versnellingsloze fietsdriewieler. Ik geef nog het compliment dat ie een ‘strong man’ is, wat hij ook meteen bevestigt, en meelopen mijnerzijds is absoluut niet nodig, maar hij stapt al snel af en sleurt met zijn spillebeentjes de bak de stijgende straat op. Collega’s kijken soms licht spottend, soms medelijdend, dan wel een beetje boos dat hij dit tegen beter weten in onderneemt. Laura voelt zich schuldig dat ze mee wilde met me. De Riksjas zijn eigenlijk maar geschikt voor 1 persoon qua te verplaatsen gewicht en volgens een collega heeft hij dus een ritje weggekaapt bij hem. Hij heeft stevige woorden met deze meneer, die ook de kant van de ticketbalie op is gefietst om zijn gelijk te halen. Er vallen geen klappen, maar er is in diverse zinnen ongetwijfeld een selectie uit het enorme Goden-aanbod in dit land voorbij gekomen. De tickets zijn binnen, ik betaal de man bewust meer dan nodig is uit bewondering voor zijn ongetwijfeld fatale krachtsinspanning en ik loop met m’n drie meiden de hoek om bij de Oostelijke ingang vlak bij ons hotelletje. Na tien meter begint een uitermate rustig zandweggetje dat langs wat kleine huisjes en bebossing loopt, met links de hoge rode zandstenen muur die de Taj afschermt. De weg, het pad eigenlijk, leidt binnen 200 meter naar de rivier de Yamuna, waaraan de achterzijde van het mooie bouwwerk op het gemak kunnen bekijken. Er zit een handvol locale mensen een beetje te hangen, lekker plekkie met een mooie eerste blik op Agra’s en India’s meest kenmerkende gebouw. En de eerste foto’s natuurlijk.

Dinsdagochtend 27-7 maar om 05:30 uur opgestaan om de Taj Mahal te bezichtigen bij zonsopgang. Hartstikke mooi idee, ware het niet dat het zwaarbewolkt is en lichtjes regent af en toe, dus geen zon te zien niet. Voor niks vroeg opgestaan ? Nee dat niet, het is nog rustig bij de East Gate en het aantal kijkers is nog redelijk, de verkopers van van alles zijn echter al allemaal wakker als we om 6 uur het hotelletje verlaten en recht hun fuik inlopen. We krijgen in de 40 meter die we moeten afleggen 10 mensen aan ons hoofd met aanbiedingen om hun shop in de straat te komen bezichtigen. We wijzen ze consequent af en lopen door de security check en metaaldetector. Nou, laat maar eens zien dan, het bouwwerk dat ooit uit liefde voor een gestorven vrouw is neergezet door iemand die veel te veel gemeentegeld heeft opgemaakt aan gebruikt duur Italiaans marmer en allerlei edelstenen en decoraties. Ja, hij is erg mooi, erg mooi. En dat wil men zo houden, vandaar dat er in een omtrek van 500 meter buiten het complex geen auto’s of motorvoertuigen mogen komen, en er honderden bewakingsmensen op de loonlijst staan om in aansluitende diensten de zaak klokkie rond bewapend veilig te stellen. Een gek met een Suzuki Swift komt hier niet ver denk ik. Terug naar het wonderschone complex. De omliggende muur met bijgebouwen zijn al een prachtig staaltje vakmanschap en stijl. De Taj zelf is een mausoleum uit begin 17e eeuw, uitgevoerd in schitterend mooi wit marmer, in alle details perfect en prachtig stijvol uitgevoerd. Nergens verf gebruikt, alles is met ingelegde stukken marmer van diverse kleuren uitgevoerd. Foutloos, bijna beangstigend perfect. Een heel bijzonder rustgevende plek om een paar uur rond te hangen en te genieten van zoveel elementaire schoonheid. Dit is geweldig, hoewel de binnenzijde van het hoofdgebouw, onder de koepel zeg maar, feitelijk redelijk klein is en beperkt bekeken kan worden omdat er binnen slechts een lange draad met een 100 watt lamp hangt en foto’s maken niet mag. Ook de bijgebouwen hebben binnen geen elektrische verlichting, ze houden zeer bewust de mystieke sferen in stand die de verschillende kleuren natuurlijk licht op verschillende momenten met zich meebrengt. Is wat voor te zeggen. Je kunt de sfeer en beauty van dit bouwwerk eigenlijk niet fatsoenlijk overbrengen op foto, behalve op de super-voorbereide klassieke frontale shots, waarvan ik sommigen van jullie een slechte kopie op derderangs kwaliteit ansichtkaarten gestuurd heb (als goed is gaan ze vandaag weg, de andere kaarten uit Udaipur ook, die geloof al vier dagen liggen te wachten op postzegels…)
Straks op www.motorzooi.nl/india.htm zal ik diverse foto’s in het verhaal planten, inclusief de classic die echter genomen moest worden op een droog moment in druilerig weer.
Nu, 13:03uur, de grieten liggen allemaal te snurken, de reis en regelmatig vroeg opstaan begint zijn tol te eisen. Ik ga ze over een half uurtje uit bed schoppen om het Agra Fort en de ‘I Timad-Ud-Daulah’ (bijgenaamd de baby Taj) uit ook begin 17e eeuw te gaan bekijken paar kilometer hier vandaan, anders zijn ze straks helemaal uitgerust, en dat willen we niet.
Nog een grappig moment uurtje geleden. Ik zat de Lonely P te lezen over ‘sights in Agra’ in het schommelbankje, terwijl steeds meer apen lekker baldadig aan het keten waren in de bomen achter en om me heen. De eigenaar en zijn mensen hadden al een paar keer met stokken op de grond geslagen en met een katapult onschuldige stukjes hout of zo geschoten om de plantvernielende apen te verjagen, maar ze kwamen weer terug na een tijdje. Hij zag dit weer gebeuren toen hij over het terrein liep, en rende zijn kantoortje in dicht bij onze slaapkamer. De donkere, volslanke midden vijftiger met wit overhemd kwam behoorlijk opgefokt met een zwart plop-speelgoedpistool met zo’n kurk aan een rood draadje uit zijn kantoor gerend en liep recht in de armen van drie net gearriveerde jongelui met rugzak die dit spektakel verwonderd aankeken. Het zag er prachtig fout uit. John Cleese had het niet beter vorm kunnen geven.

Wakker worden meiden…. We gaan. Wilma besluit niet mee te gaan en blijft wat lezen. Rust.
Ik regel een motorriksja voor ons drieen en we rijden eerst naar het piepkleine postkantoor (balie van 1,83 breed en erg simpel en ouderwets ) ergens wat straten verder om een zooi postzegels (12 roepie per kaart) te halen om wat mensen een kaart te sturen. Niet iedereen, dat is ondoenlijk, dus niet boos zijn als je niks krijgt. Denk maar gewoon: ‘ik zal het er wel naar gemaakt hebben‘. Kaarten gepost en doorgereden naar het Agra Fort. Een aardig maar niet spectaculair fort dat wel een paar mooi gedecoreerde marmeren ruimtes heeft, en een mooie vlakke in vakken verdeelde grote binnentuin heeft. En… hier ook een aardig veraf zicht op de Taj Mahal. Het fort is bewust op deze locatie gebouwd voor dit uitzicht, voor de exacte geschiedkundige details verwijs ik u graag naar de Wikipedia of zo. Het is ondoenlijk mijn lulverhalen aan te vullen met correcte geschiedkundige feiten, er is eenvoudigweg veel te veel gebeurd in India, ik begin er niet aan. Excuses voor mijn oppervlakkigheid, waar ik erg aan gehecht ben trouwens. Ik heb deze middag uiteraard weer wat door mij geliefde ‘gebouw-foto’s gemaakt en wat mensen in pixels vastgelegd. De meiden moesten ook hier weer een keer of 10 op de foto met jongemannen, oude mannen en families. Het blijft toch wel lachen wat lang en blond hier teweeg brengt. De regenbuitjes hadden de temperatuur lekker naar beneden gebracht en er werd aangenaam relaxed geslenterd. Na dit fort zijn we doorgereden naar de nabijgelegen Graftombe van I Timad-Ud-Daulah, ook wel de ‘baby Taj’ genoemd. Het is inderdaad een erg charmante kleine versie van de grote, hij mist wel de grote koepel in het centrum, geld was op denk. Ik vind hem zelfs leuker om te bezoeken omdat het hier lekker rustig is, en het ding van meter of 25 x 25 prachtig is, zo ook de bijgebouwen in elke windrichting. Alleen de binnenkamers zijn vervallen en originele schilderingen hebben de gemene tanden des tijds niet helemaal lekker doorstaan. Ondanks de ontbrekende perfectie binnen stralen deze daardoor weer wel erg veel authenticiteit uit. Er hangt duidelijk verleden in de lucht, hou ik van. De meiden vinden hem ook mooi, buiten worden wat klassieke foute foto’s met veel gelach gemaakt door ze. De topjes van de torens ‘vasthouden’ en zo, je weet wel, de classics. Lachen. Binnen probeer ik met lange sluitertijden met natuurlijk licht nog iets van het interieur vast te leggen, lukt aardig. Het is half zes als we al dit moois achterlaten en in de Tuctuc richting Wilma terugrijden. De chauffeur doet ons een vervoersaanbod voor Woensdag 28-7 via het reisbureautje van ‘zijn broer‘, dichtbij het hotel. We gaan per auto de 35 km verder gelegen verlaten stad Fateh Pur Sikri bezoeken, prima. We eten in het buitenrestaurantje van het hotel en rommelen de avond in.
Woensdag 28-7, Agra 2e volle dag

Vandaag met de auto en chauffeur van burootje Travelnet hier om de hoek naar de verlaten stad Fatehpur Sikri gereden, 35 km buiten Agra. Prijs RS 600 (tientje). Een stad die kort na de dood van baas meneer Akbar in 1585 door de bevolking verlaten werd omdat er problemen waren met de watervoorziening in het gebied. Dit is althans een van de theorieën die in de geschiedenisboeken ingegaan is, maar helemaal zeker weet men het niet. Het is een mooi opgezette kleine stad in rode zandsteen met bijzondere vormen en een mengelmoes van architectuur-invloeden. Alles is behoorlijk goed bewaard gebleven omdat het een tijd (paar eeuwen eigenlijk) in dichte bebossing ‘verstopt’ is gebleven. Plunderaars hebben het echter prima weten te vinden en hebben onder andere deuren en sieraankleding meegenomen. Dus het oogt hier en daar echt uitgekleed. De kleine moskee is nog in gebruik, we hebben er ook een klein eerbetoon gedeponeerd. Na een uitgebreid bezoek zijn we richting hotel teruggegaan om lekker te niksen de rest van de middag. Morgen om 08:55 uur de trein naar het Jhansi/Orcha, 250 km zuidelijker. Truste….

Donderdag 29-7-2010  –  Orchha (1 of 2 h’s, kijk maar, mag beide blijkbaar)

Deze donderdagochtend eindigt ons Agra-bezoek en gaan we verder met de trein naar Orcha. Althans, de trein gaat tot station Jhansi, en van daaruit is het nog 12 km met een taxi naar ons nieuwe slaapplekkie Hotel Ganpati in Orcha. Een vriend van de hotelmeneer Vinod in Orcha heeft een reisburootje en was zo vriendelijk om het treinticket te boeken en per mail door te sturen de laatste week in Breda, en heeft het zelfs ook nog op vertrouwen voorgeschoten. Nou was het totaal maar RS 698 ( E 13,–) voor 216 km, maar toch erg aardig. Sjouwend in de hitte met zware tassen proberen we de voorzijde van het station te vinden, en de taxi die ons op komt halen. Als aasgieren komen de andere 321 taxichauffeurs en Riksjemannen op ons af die ons ook willen vervoeren. ‘Sorry we don’t need you, we have arranged a taxi already’ herhaal ik zeker 5 keer richting een opdringerige man die een behoorlijk dikke plaat voor zijn kop heeft laten schroeven om elementaire informatie als deze te kunnen negeren. ‘I help you’ . Nee, niet nodig meneer, het lukt wel. Uiteindelijk gaat hij uit eigen beweging op zoek naar onze pick-up taxi die een eindje verderop staat met een A-4tje met mijn naam erop. Mijn ongewenste assistent komt met hem aanlopen. Zucht…… Taxi volgeladen, we willen instappen en een collega vindt dat we meneer maar een vergoeding voor zijn hulp moeten geven. ‘Anything is good’ zegt hij. Ik graaf een symbolisch10 roepie biljet uit mijn geldbuideltje, maar krijg na een verwonderde blik te horen dat hij een ’100 roepie minimum’ in gedachten heeft. Toen sloeg ik om. Ik had net 216 km in een zweterige trein gezeten met een zieke vrouw die buikkrampen had, ik hem me de blubber geslouwd met mijn zooi, het zweet zeikt aan alle kanten uit mijn lijf, heb een volslagen onbekende 114 keer gezegd dat ik hem niet nodig heb en nou wil hij 100 roepies van me……. En nou is het genoeg, no more mister Nice Guy ! Ik kanker alles bij elkaar en vloek in een hoog tempo en hoog volume in het Nederlands tegen de hardleerse pusher en maak sterke wegwuivende gebaren die de beste man buiten mijn persoonlijke ruimte van een cirkel van 1 meter verplaatsen en ik stap vervolgens herriemakend in de auto en gooi de deur meteen op slot. ’iedereen deur op slot‘ roep ik geirriteerd. Vervolgens tier ik de adrenaline in de auto nog even verder uit mijn lijf in een Engelse versie inclusief het meerdere malen zeer expliciet uitgesproken F-word om de jonge chauffeur ook even te laten vermoeden dat niet alles door toeristen gepikt wordt, en dat hij deze uit eerste hand verkregen informatie bij gelegenheid maar eens door moet spelen aan zijn collega’s. Hij glimlacht voorzichtig. Ik snap hem, maar hoop wel dat hij die verhitte Nederlander enig gelijk geeft. En anders maar niet godverdomme. Ik bedoel uhhh….verdorie. De taxi rijdt weg ondanks de kloppende handjes op het glas die ik zorgvuldig gebarenmakend negeer. De meiden geven me op mijn flikker dat ik niet zo ‘overdreven’ moet uitvallen, waarna ik vreselijk, maar dan ook vreselijk veel spijt krijg dat ik vergeten ben om een briefje van 100 roepies voor de ogen van de ongevraagde assistent kapot te scheuren en ondanks de vele vieze handen die het in de loop van de jaren aangeraakt hebben, op te vreten en ervan te smullen. Ja, dit is een fijne kennismaking met het station van Jhansi.

Eindbestemming Orcha oogt veel relaxter en blijkt dit ook te zijn. Een warm welkom door Dr. Vinod (ik weet nog steeds niet of ze hier voornaam of familienaam eerst schrijven) en een mooie ruime hoge kamer wacht ons in dit twee verdiepingen tellende hotelletje, verborgen in een steegje maar reeds 10 km van te voren door overmatig veel en grote borden aan de kant van de weg aangewezen. We genieten meteen enorm van de airco en een lekkere frisse douche. Geluk kan toch zo klein zijn.
Het grootste gedeelte van de middag doen we eigenlijk niks, totdat de dames gevraagd wordt of ze interesse hebben om een henna-tekening door de 18-jarige dochter van de baas te laten zetten. We worden in een kamertje in hun huis uitgenodigd en krijgen bij een kopje thee op zeer ongedwongen wijze uitleg en kletsen wat. De dochter blijkt zelf de henna-verf te maken en heeft in de loop van de jaren veel ervaring opgedaan. Mijn dames gaan overstag en krijgen uiteindelijk allen een mooi figuur op het lijf. Jolien en Wilma op de onderarm en hand, Laura op het onderbeen en voet. Tot overmaat van vrouwengeluk biedt deze meid ook aan om samen met haar tante voor mijn dochters een sari (jurk-achtige combinatie noem ik het maar even) te maken tegen een prijs die zij als lokale meid voor de stof betaalt. Hoe het afloopt ? Wat denk je zelf ? Morgenvroeg kan de kleur gekozen worden en wordt een en ander in elkaar gezet.

Wilma is niet helemaal lekker op vrijdag 30-7, maar gaat toch mee op pad om het Raja Mahal palace van Orchha te gaan bezoeken ergens voor in de middag. Het ding ligt groot te wezen en is mooi zichtbaar vanuit onze ‘achtertuin’ hier en vraagt om een bezoekje. Eerst doen we die middag lekker niks, de meiden zoeken bij juffrouw KumKum kleuren stof uit voor hun sari met bovenstukje die vanmiddag in elkaar genaaid gaat worden, Wilma luiert wat en hoopt op buik-herstel, en ik hang anderhalf uur lang lui in een stoel op het balkon dat uitkijkt op het fort en een mooi rotsen met veel groen landschap ervoor. Lekker beetje rondkijken naar al de nooit eerder geziene varianten vogels die hier rondvliegen, fluiten, en hun jongen voederen. Hagedissen schieten de muren op en af, een herder leidt een kudde geiten links ergens naar toe, een lammetje blijft achter en roept alles bij elkaar tot hij weer gevonden wordt. Easy living. Het begint een beetje te regenen en we wachten tot het weer droog wordt, waarna we op pad gaan. Ons valt al heel snel op dat we hier niet worden belaagd door eigenaren van shops die om een bezoekje komen zeuren, of door verkopers die geen ‘nee’ accepteren. Ik hoor van meerdere lokale mensen dat de handelaren in dit kleine dorpje Orchha onderling afgesproken hebben om de toeristen met rust te laten, en de keus volledig en zonder gezeur bij hen te laten. Een enorme verademing met hetgeen we in andere steden aantroffen. Op TV lopen hier zelfs handelaar-opvoedende spotjes van ‘Incredible India’ over had Wilma gezien. De sfeer is hierdoor erg relaxt wat ik al eerder zei, een zeer goed initiatief. Je kunt zonder bijbedoelingen gewoon rustig met de mensen kletsen hier, erg verfrissend en gezellig.
Het fort dat we deze middag gaan bezoeken is wel een aardig ding maar heeft in tegenstelling tot veel forten en haveli’s in woestijnstaat Rajahstan zijn glans en mooie afwerking na al die eeuwen grotendeels verloren. De mooie structuren zijn echter genoeg om een stuk sfeer op te pikken en wat aardige foto’s te maken. Slechts een handje vol mensen zijn binnen het gebouw, dus we sjouwen op het gemakkie een eind rond in het doolhof van vele ruimtes en gangen. Dit moet ooit een prachtig apparaat geweest zijn om in te leven. Een medewerker laat ons ons onder het gebouw, tussen de gewelven, een deel van de honderd ruimtes zien waar vroeger vele arbeiders sliepen die in de omgeving werkten. Het is er aardedonker, slechts een paar gaten in de buitenmuur brengen wat licht en verse lucht. Vele olielampen hebben hier ooit staan walmen denk ik. En hier is veel gesnurkt. Hier zijn veel boeren gelaten (daar zijn de mannen nog steeds erg goed in hier). De electriciteit is beneden kapot en de ruimtes zijn momenteel dan ook niet door mensen te bezoeken. Wij mochten even een kijkje nemen, aardig. Ik heb slechts geld bij me voor een piepklein fooitje, minder aardig. Tijdens het teruglopen door het dorp blijf ik even staan bij een bijzondere Royal Enfield diesel motorfiets, en een mooi opgeknapt ouder type met normale benzinemotor. Ik wordt verwezen naar de eigenaar van de diesel, een oudere stevige vijftiger die daar ergens in een winkeltje de baas zit te wezen. Hij vertelt over de enorme zuinigheid van de motor (1:70 oftwel 1000km met een tank) en dat het betrouwbare ding uit 1996 stamt en thans niet meer gemaakt wordt. Jammer, erg gaaf ding. De jonge eigenaar van de oudere benzine 350cc Enfield vertelt trots over de opknapbeurt en dat alles origineel is en zo, en vraagt me even mee naar binnen te gaan in het reisburootje van zijn vriend. Daar, in de lekkere koele airco omgeving laat hij trots alle papieren van de motor zien. Kentekenbewijs met alle eerdere eigenaren erop, verzekeringspapieren, technisch gegevens. Dit is mooi, dat enthousiasme voor een apparaat dat door iedere andere berijder enkel als gebruiksmiddel dient en bij hem gekoesterd wordt. Trouwens, het is bij ons niet anders denk ik. Ik loop door.
Begin van de avond komen de meiden hun nieuwe gewaad tonen, het is klaar. Prachtig, twee blonde lange Oosterse schonen haha. Na een fotosessie gaan we in het dorp wat eten bij een spotgoedkoop restaurantje dat er minder fris uitziet maar wiens kok/eigenaar toch wel lekkere dingen maakt. Wilma is op bed gebleven met maagkrampen, en blijft dat ook als ik zaterdag 31-7 met de grieten ergens een ontbijtje ga pakken. Er wordt later die middag door ons vieren ook geshopt in de vele sieraden- en kledingwinkels, het is zelfs zo erg dat we de hele dag eigenlijk niets anders zinnigs ondernomen hebben, mooi he ? Armbanden, oorbellen, harembroeken, kleine kadootjes voor vriendinnen, het gaat allemaal mee terug terug naar Nederland straks. En ik……. werd door de meiden gewezen op eenzelfde paar handgemaakte kamelen-lederen sprookjesschoenen met gouden bestikking en opkrullende voorkant als die we in Pushkar zagen en die ik door twijfel heb laten staan. Maar nu dames en heren, jawel, ben ik voor 850 Roepies (E 15 ) de trotse eigenaar geworden van een volstrekt onbruikbaar paar enorm kitscherige foute schoenen die ik nooit aan zal kunnen. Hoewel, straks richting koelkast lopen thuis om een biertje te halen terwijl ik met het India-fotoboek bezig ben……. ja, dat wordt hem denk ik….. En de tweede aangename gebeurtenis die mij deze avond ten deel valt, vindt plaats bij het minder schone restaurantje van gisterenavond, waar wij deze avond weer gaan eten. De beste man heeft hutspot op het menu staan !! Hij heeft een piepklein hoofdstukje ‘Dutch food/Pannekoek’ op zijn menukaart aangemaakt hahaha. Hier kun je natuurlijk niet omheen dus ik bestel een portie, die erg lang op zich laat wachten maar die uiteindelijk met een glimlach op de bakkes door de kok wordt gebracht. Mensen, het kleine roestvrijstalen schaaltje met een bescheiden kwak hutspot (pee-stamp) is goedgekeurd. Ik heb de man teruggeroepen en hem gefeliciteerd met dit goedsmakende resultaat. Foto gemaakt natuurlijk, trots, lachen, handenschudden en fooi. Schitterend.

Nadat de enorme regenbui die gedurende het eten losbarstte is opgehouden en een naastgelegen dorp aan het lastigvallen is, gaan we hotelwaarts. De stroom is voor de derde keer die avond uitgevallen en de straten zijn pikdonker en bezaaid met grote plassen en snelstromende volle goten. We badderen met inmiddels zeiknatte voeten en schoeisel door het water en fantaseren wat er in dit aardedonker eigenlijk allemaal voorbij drijft en waar wij doorheen waden. Snel mee opgehouden. Voetjes afspoelen, we gaan slapen. Morgenvroeg om 05:00 uur toch maar een auto in plaats van een tijdvretende goedkope trein naar Khajuraho geregeld, toch wat relaxter om 175 km te overbruggen. Truste.

Zondag 1-8-2010  –  Khajuraho

In tegenstelling tot de ons aanbevolen ‘Toy train’ (geen idee waarom die naam) die dagelijks zonder reservering vanuit Orcha naar Khajuraho rijdt, nemen we wederom een Taxi (RS 2200 = E 40). De te overbruggen 175 km duurt met de trein zo’n 7 uur door onhandige verbindingen en zo, gesleep met bagage, wegbrengen naar station, ophalen vanaf station enz enz, en met de auto gaat dit in krap 4 uurtjes lukken van voordeur tot voordeur. Ik geef in zo’n geval mijn westerse centen vol overtuiging uit.
We komen aan bij de saaie onaantrekkelijke voorkant van leeg Hotel Marble Palace. Er logeert niemand op dit moment. De kamers zijn echter netjes, ruim, goeie badkamer, airco en tv. Prima, het seizoen is gewoon nog niet begonnen. Een simpel ontbijtje terplekke na de vroege start deze ochtend is hard nodig.
We hebben plaatsje Khajuraho alleen maar in de reis opgenomen vanwege de wereldberoemde tempels met honderden gebeeldhouwde figuurtjes waaronder veel erotisch kama sutra werk. Het tempelcomplex is verspreid over vier delen, elke windrichting eentje. Alleen de westelijke groep is betaalde bezichtiging. Door het bereiken van het TVP (Tempel Verzadigings Punt) reeds enige dagen terug besluiten we dat Jolien en ik die ochtend met de riksja een rondje langs de gratis groepen nemen en dat we ’s middags met zijn vieren de bekendste westelijke zullen bekijken. Krap een half uurtje na het bereiken van de eerste tempel komt echter een donker wolkenfront snel dichterbij en we zijn, schuilend in een tempeltje (beter dan een plu) getuige van een enorme vette moessoenbui die toch wel bijna een uurtje aanhoudt. Daarna rennen we naar de TucTuc en zeggen de bestuurder dat we maar terug gaan en pas vanmiddag weer op pad gaan zoals gepland. Het arme TucTucje wordt met baldige snelheid door 15 cm diepe grote plassen geragd (ik heb maar 1 keer gezegd dat ik dat een goed idee vond, echt hoor) en we komen lachend weer terug bij de andere twee meiden in ‘Hotel het marmeren paleis’. Dus in de middag de dichtbij gelegen westelijke groep bezocht en zeer imposant beeldhouwwerk gezien. De gebouwen dateren uit zeg maar het jaar 900 of zo, dus het is verbazingwekkend dat alles nog zo in tact is, op een hoop afgekapte olifantenslagtanden en hoofden van figuren dan, gedurende de eeuwen. Terwijl ik alleen even naar een tempeltje met een enorm figuur van een zwijn loop en wat fotootjes maak, schudt een Indiase meneer me de hand. Ook zijn vrouw stelt hij voor aan me. Niet ongebruikelijk, het is al vaker gebeurd, maar nu volgde de aanbieding of ik haar wilde ‘hebben‘. Ik moest even nadenken wat hij nou precies bedoelde met zijn beperkte engels en of ik het goed verstaan had, maar ik kon haar ‘hebben’ vanavond in het Hotel. Heb maar ‘no thank you’ gezegd… hahaha… Maar goed die tempels, tja, kijk maar even naar de foto’s, dit moet je gewoon even zien. Na 2 uurtjes tempel-dolen brengt onze riksja-jongen ons naar het oude stadsdeel waar hij woont en we krijgen een rondwandelingetje langs zijn huis en vele kleine straatjes waar het simpele leven van India plaats vindt. We bezoeken ook een op giften draaiend schooltje dat sinds vier jaar goed werk verricht in het bijbrengen van basiskennis bij jonge kinderen. Hijzelf heeft het niet slecht, hij is bijvoorbeeld al in Japan geweest om te werken en te leven, in Maastricht op bezoek geweest bij een Nederlandse vriendin (voormalig India-toeriste). We krijgen bij hem thuis hiervan wat fotoboekjes te zien. De hele familie zit erbij, ons lekker aan te staren. In deze familie zitten wel hersens denk ik. En blijkbaar voor sommige dingen geld. Na deze middagvullende tour gaan de meiden weer even richting een kledingzaak aan de Gole Market waar we overnachten. Ja tuurlijk wordt er nog iets gekocht. ‘S avonds eten we bij een Italiaans restaurantje (anno 1991) op het dak. Hij heeft een echte houtgestookte steenoven en dus zijn de pizza’s van originele goede westerse kwaliteit. Heerlijk volgegeten kruipen we in bed.
Voor maandag 2-8 hebben we een vlucht gepland vanuit deze plaats naar Varanasi, de heilige stad aan de Ganges verder naar het oosten. Omdat we pas 11:30 richting het vliegveldje hoeven, bezoeken we die ochtend nog even de watervallen die tijdens de moessoen ontstaan een kilometer of 20 verderop in een natuurpark. De beperkte regenval in dit tot op heden magere regenseizoen zorgt er wel voor dat de waterval/stroomversnelling er goed uitziet en in een diep gat wegdondert. Er zijn jaren geweest dat het waterpeil zo hoog was dat de volledige aantrekkelijkheid van de huidige attractie wegviel doordat alles volledig volliep en het water tot aan de rand van een cola-terrasje 30 meter hogerop stond. Er liggen foto’s van. Onvoorstelbare pieken en dalen hier met dat water. Mooi zo’n stukje natuur in de hele drukte. Begin van de middag arriveren we op het zwaarbewaakte (!) piepkleine luchthaventje waar alles klein is en overzichtelijk. 1 gate, 1 landingsbaan, 2 incheckbalies (Air India en onze Jet airways), maar wel 71 man die zorgen dat de controle en scans van de bagage vlekkeloos verloopt. Reizigers en hun bagage worden door iemand ‘gevolgd’ die erop toeziet dat het hele proces goed en veilig verloopt. Veilig voor hun dan. Zijn ze hier zo bang voor aanslagen op hun werelderfgoed-tempels of is deze kleine gateway to India voorheen een gemakkelijk smokkelkanaal geweest om kunstschatten het land uit te smokkelen ? De schattige Boeing 737 brengt ons in 45 minuutjes naar de een na laatste stop van ons uitstapje.

Maandag 2-8-2010  –  Varanasi

Voor deze grote stad aan de heilige rivier de Ganges hebben we drie overnachtingen ingepland om eens even rustig aan te doen. De trap wordt tegen het bescheiden vliegtuig aan gereden en we worden gemaand op te schieten want er nadert snel een zichtbaar dik gordijn. We kunnen nog net op tijd de hal bereiken als een enorme regenbui een half uur lang neerdendert. Prachtig. De taxi van Maruti Guest House pikt ons op en een eeuwig durende tocht door de volledig verregende en door druk verkeer dichtgeslipte binnenstad volgt. Door een toeterhel in een arrogante aircoauto met geblindeerde ramen. Zodra het stopt met regenen vraag ik de airco uit te zetten en de ramen open te gooien. Om meer te kunnen zien en wat straatfotootjes te maken, maar ook om die donkere ramen tussen ons en de bevolking weg te halen. Wat een enorme prachtige chaos op straat einde middag in deze grote stad. Jolien voelt zich einde autorit enorm ellendig en crasht op bed. De sfeer onder de twee kamerdelende-dames is niet optimaal. Vermoeidheid, buikellende en de kleine kamer zorgen voor wrijving. Honger heeft ook meegespeeld, we zoeken geen eettentje maar happen wat op de bovenste verdieping in de simpele keuken/kantoor/eethok in het gasthuis. De verontrustende indruk van de keuken (alles op de grond) blijkt onterecht, er komen lekkere dingen uit. Die avond horen we naast verkeersherrie een niet ophoudende sessie trommelgeroffel en gezang uit een van de dichtbij gelegen tempels. Ze houden dit vol tot pakweg kwart voor twaalf, waarna het enigszins stil is. De volgende ochtend even na vijven als de zon opkomt gaan ze vrolijk weer van start, dan kunnen ze lekker lang trommelen. Praise the lord.
De eerste dag Varanasi dreigt een inhoudloze luie dag te worden. Jolien ligt ziek op bed dus ga ik met Wilma en Laura even kort een stukje verkennend lopen. Als we het smalle hekje bij de voordeur uitgaan staan een aantal mannen op de stoep te wachten, een draagbaar van bamboe met een mooi ingepakte overledene ligt op de grond, ze wachten blijkbaar op toestemming om door te mogen lopen naar een van de ‘burning ghats’ bij de rivier. Dit moment is zo onverwacht en niet-meer-verrassend in dit land dat we ons eigenlijk pas 10 meter verderop realiseren waar we net langsgestapt zijn. We lopen richting het water, richting de beroemde Ghats, de trappen richting water waar gebadderd en gebeden wordt. Elke 30 meter eentje bijna, allemaal een eigen naam. Miljoenen mensen nemen hier per jaar een reinigend bad, al dan niet na een bedevaartstocht deze kant op. Het is rustig, we zitten er een klein halfuurtje, lopen een beetje rond en gaan na een happie terug naar het guesthouse. Niemand heeft ergens zin in. Vanavond hebben we om 18:00 u een afspraak voor een boottochtje langs een paar honderd meter kust om een dagelijks feest op de main Ghat en twee burning ghats (cremetatieplaatsen) te bekijken. Ik ga uit verveling een uurtje op een muurtje bij de ingang van het guest house zitten om gewoon eens te kijken wat er op straat gebeurt. Veel mensen kijken me aan, schoolkinderen in uniformpjes op de fiets lachen, vrolijke oranje geklede groepen gelovigen rijden op paardekarren voorbij en zwaaien uitbundig. Links krijgt zo’n mooie grote zwarte koe aan de straatkant een paar stevige injekties van een dierenarts, ze is er niet blij mee en strubbelt tegen maar verliest. Rechts bij het stalletje van een van de vele fietsenmakers wordt een brommerwiel gedemonteerd om de lekke band te repareren. Voor me stopt een fiets-riksja-vrachtuitvoering met een goed verpakte nieuwe eettafel en 4 stoelen, de een-armige bestuurder zet de lading weer recht op de kar want die was verschoven, en gaat vervolgens ouwehoeren met de fietsenmaker. Vijf minuten later zitten ze gezellig samen in een tegen de muur geparkeerde fietsriksja met nog een man aan een opiumpijpje te lurken. Er komt een hoop rook onder het fietsafdakje vandaan en de vrolijke mannen gebaren dat ik ook best een hijs mag. Ik laat het nog aan te steken sigaartje in mijn hand zien en maak bedankend duidelijk dat ik het hier maar bij laat. Na 400 lichte motoren, fietsen, scooters, rikja’s, Tuc Tucs, auto’s en voetgangers komt er ook weer een groepje van een man of 8 met een draagbaar met ingepakt lijk voorbij. Een dagelijks schouwspel hier, bij ons ondenkbaar.
Om zes uur gaan we met de boot-jongen mee. Hij heeft twee vriendjes voor het roeiwerk ingeschakeld, het eerste stuk doet hij zelf. We drijven langzaam met geringe roei-inspanning (van de roeimeneer dan) stroomafwaarts en aanschouwen de wonderlijke kustlijn. We glijden af tot net voorbij de ‘main burning ghat’, de hoofdcrematieplaats, en draaien om. We meren aan tegen wat andere bootjes die er liggen. Hier is iets bijzonders aan de gang in de avondschemering. Heel aparte sfeer. Geen horror-taferelen, geen schokkende dingen, maar een opmerkelijk rustig en ingetogen schouwspel met een stuk of tien vuren die de omgeving mooi doen oplichten. Je mag hier op deze plaats geen foto’s maken, uit respect proberen we dat ook niet eens. Binnen een breedte van pakweg 15 meter zijn op twee plateaus tesamen zo’n tien crematies aan de gang op brandstapeltjes. Wat mensen om de vuren bezig met toekijken, met kleine ceremonies, met hout sjouwend. Er komt een regenbui aan en we worden gevraagd of we aan wal willen om te schuilen, het is blijkbaar geen probleem om hierbij aanwezig te zijn. Onder een zeil door lopen we met andere schuilers via een trapje naar een plateau een paar meter boven de brandstapels. Onder aan de trap en op diverse andere plaatsen liggen verpakte lichamen te wachten op hun beurt. Vier man dompelen een lichaam onder in de Ganges, de laatste handeling voor de verbranding. Een man legt uit hoe het hier allemaal werkt.
Over de hoeveelheid duur hout die nodig is voor een 2,5 tot 3 uur durende verbranding, over de arme mensen wiens nabestaanden dit niet kunnen betalen en die tegen een lage vergoeding gecremeerd kunnen worden in het naastgelegen ‘conventionele’ crematorium. Een bijdrage voor de arme mensen wordt op prijs gesteld, het zat er aan te komen. Ik ga er een beetje in mee, vooruit dan, en hoop dat het goed terecht komt. Beneden branden vier stapels, de lichamen erin zijn niet te herkennen, alles is wit en heet in de hopen hout die rondom het lichaam opgebouwd zijn. De zeer herkenbare geur van grillend vlees (als barbeque geur ons allen bekend) is echter wel goed te onderscheiden tussen de grote hoeveelheden rook. Walchelijk wellicht als je er over nadenkt, maar in dit schouwspel is dit niet aan de orde. Nogmaals, de sfeer is erg onspannen, we zien geen dramatisch treurende mensen of iets. Het heeft iets heel opens en toch intiems wat hier aan de gang is. Mooi. Gaat volgens mij ook continue door, de hele dag en nacht, dag in dag uit. Als de regen gestopt is gaan we terug in de boot en worden de twee ingeschakelde roeiers aan het werk gezet, tegen de stroom in. Moeizaam zwaar werk. En dan begint het weer te regenen, te hozen, te moessonneren. Enorme buien maken ons zeiknat tot op het bot. De kamera’s blijven (achteraf gezien) gelukkig droog in de weggestopte tassen in deze open sloep. Op het ‘Main Ghat’ is de feestceremonie met dansers en wierook volop aan de gang als we er arriveren en we er ons vastmaken aan andere boten. We zien het een tijdje aan en varen door, vechtend tegen warme regen, wind en stroming. Was een mooi tochtje, wat droge kleren en happie eten met een blik Kingfisher bier eindigen de dag.
Ik ben dit verhaaltje woensdag 4-8 om 05:30 gaan maken, de trommelaars en zangers zijn alweer een kwartiertje bezig, gezellig zo op de achtergrond, hangend op het kleine balkonnetje. Deze laatste dag hier geen plannen, maar ik wil wel een deel van het straatleven van deze stad zien. Kijken wie er straks mee wil.
Woensdag 4-8
Deze ochtend beginnen we met een ontbijtje bij een modern ingericht ‘Coffee and Textiles’ tentje hier dichtbij dat al 10 jaar gerund wordt door een Zuid-afrikaanse blanke vrouw. Mooi tentje met heerlijke Italiaanse koffies en magen-vriendelijk voedsel, onder gratis genot van een wifi-verbinding, dus de laptop met verhaaltjes en foto’s gaat mee om contact met de vriendenwereld te onderhouden. Daarna ga ik met de twee grieten met de Tuc Tuc naar het oude stadsdeel waar we terecht komen in een hectisch straatleven en piepkleine brommer + 1 persoon brede steegjes met honderden winkeltjes en werkplaatsjes. En de brommers rijden er ook, de koeien lopen er uiteraard ook, dus soms is het passen en meten. Een wereldje apart, wel een vriendelijke eenvoudige sfeer met een soms onvriendelijke lucht. Volledig gedesorienteerd lopen we gewoon rustig door diverse straten tot we een bredere hoofdstraat tegenkomen. Stiekum toch een paar uur rondgehobbeld en we nemen in eerste instantie de Tuctuc terug richting ‘Main Ghat’, de hoofd-badderplaats om die nog eens te bekijken, deze keer niet vanaf het water. Maar de tijd dringt, we moeten Wilma nog oppikken en zorgen dat we voor 6 uur aan het eten zitten in het koffie en textiel cafeetje, dus na een paar honderd meter lopen in de gekte zoeken we ook voor het laatste stuk nog gemotoriseerde hulp. Om 6 uur sluit het tentje en gaan we onze rommel maar inpakken om morgenvroeg (donderdag) richting vliegveld Varanasi te gaan voor een vlucht naar Mumbai. Ik reken het verblijf in het guest house aan meneer Papu af, krijg nog een CD van zijn eigen muziek mee, en we luieren wat op de kamer tot de nacht begint. Een warme zweterige broeierige nacht volgt met weinig slaap en irritante kleine miertjes en vliegetjes die besloten hebben ons deze nacht te gaan vervelen.

Donderdag 5-8-2010  – Dagje Mumbai en einde reis. Snik.

We staan om 07:15 op, pakken de laatste rommeltjes bij elkaar, en maken ons klaar voor vertrek naar het kleine luchthaventje. De taxi komt straks om 10:00 uur. Vlucht is gepland om 13:45. Ik ga eerst even in de straat met Jolien naar de geldmachine (ATM) voor cash, ga met haar en Laura ontbijten in jawel weer hetzelfde cafeetje en reken daarna nog wat etens-dingen in ons verblijf af. Kom meiden, taxi staat voor de deur, we gaan.
Na wat vliegtuig-vertraging staan we einde donderdagmiddag op Mumbai national airport. Een jongen staat ons op te wachten en belt het busje, dat binnen 2 minuten klaar staat en ons naar het best mooie Hotel Airport International brengt. Een lange frisse douche en een hap eten hierbinnen volgen. Er staat voor onze laatste dag India, vrijdag 6-8-2010 een door ‘Mumbai Magic’ geregelde tour langs de kleine bedrijfjes in sloppenwijk Dharavi en een wandeling langs diverse bazaardelen op het programma. De auto zet ons af bij de rand van de sloppenwijk en we bezoeken daar onder uitleg van juffrouw Sancia Sequeira (Portugese afkomst) een aantal kleine bedrijfjes die onder golfplaten en tussen vuil enorm druk bezig zijn met onder andere verzamelen en verwerken van hout- en plasticafval, het maken van zeep van zeepresten, schoonmaken van gebruikte chemische vaten, maken van koekjes en snoep, textielbewerking en nog veel meer. De lucht die er hangt is soms gewoon rot, soms irritant chemisch. We horen dat mensen hier zo’n 50 jaar worden, dan is het ver op. oops. Er is hier wel een bloeiende handel. In de stad Mumbai zie je regelmatig en routinematig mensen over straat lopen met grote zakken die op zoek zijn naar plastic-resten of papier. Ze brengen dan de opbrengst naar de inkopers in Dharavi die dit op hun beurt klein maken en nadien weer verkopen aan plastic verwerkende industrie. Zo wordt ook al het gebruikte hout hier naartoe gebracht en kleingemaakt om als brandstof voor de vele bakkerijen in de stad te dienen. Ultieme en tastbare recycling. Anderen lopen dagelijks langs huizen door heel de stad om oud papier te verzamelen. Er wordt hier veel geld omgezet per jaar. Dit deel van de mensen hier is niet arm, de allerarmsten krijgen we niet te zien, wilden we ook niet. Een relativerende indruk van het beeld ‘sloppenwijk’ (slum) blijft bij ons achter. Het is zeker niet allemaal ellende. De grond waar deze wijk ligt is inmiddels ook goud waard en de regeling met bouwondernemers is getroffen dat als ze de grond willen bebouwen met wat dan ook, ze 70 % (?) voor bewoning van de mensen uit de wijk beschikbaar moeten stellen en de resterende 30% zelf mogen bepalen. Het gevolg is wel dat het bewonersdeel van het gebouw vaak een lelijke blokkendoos is en het puntje aan de straatkant een mooi afgewerkt kantoording. We rijden na twee uurtjes langs de beroemde ´Dhobi Ghats´, de wasplaatsen waar heel Mumbai zijn wasgoed laat wassen. Prachtig verschijnsel in de open lucht. De wasmeneren (Dhobis) huren hier voor een aantal dagen per week een van de paar honderd wasplaatsjes, en er zijn honderden van deze huurders. Het is een strak geregeld systeem waarbij het opgehaalde wasgoed door tekens (meeste zijn analfabeet) uiteindelijk keurig netjes weer bij de klant terecht komt. Vele waslijnen en vele met wasgoed op stenen meppende mannen in witte hemden zijn aan de gang, erg mooi om te zien. Nadat we dit kort gezien hebben eten we een hapje in de stad met onze begeleidster en struinen daarna nog over diverse bazaars en rijden langs het Britse ‘Victoria Station’ en de triomfboog ‘Gateway to India’ richting hotel. Was een drukke en vermoeiende dag. Jolien begon de dag niet lekker en eindigde hem ronduit beroerd, ze is helemaal klaar met de drukte. Wij allemaal, we wachten deze avond op het vliegtuig dat ons in de nacht terug gaat brengen naar Nederland. We hebben daar heel veel zin in. Straks nog even een filmpje kijken op de kamer, dutje, en dan wegwezen………….

Dag India, je bent mooi…..
Roland

Geef gerust commentaar