Foto-rubrieken
Een greep uit de plaatjes:
09-agra-1470 ny-200905150071 20110601-_mg_5018 mg_4262-80 mg_4296-104 20110616-_mg_6209

Reisverslag 4 weken rondtrekken door Panama, Costa Rica en Cuba, 7-11-2014 tm 8-12-2014.
Roland & Wilma Oomens.
_

Maandag 3-11-2014.

Nog een paar dagen, dan dochterlief achterna. We zouden er een rustig ‘normaal’ jaar van maken, van 2014, we hadden immers in 2013 ook al een prachtige trektocht door Vietnam en Cambodja gemaakt. Een zomer een beetje aanrommelen zonder uitbundige escapades klonk prima. En de behoefte een beetje normaal te doen omdat veel mensen last van de crisis hebben hield mij ook bezig. Maar begin 2014 ging het toch ergens mis. Dochter Jolien is zoals u wellicht weet met haar liefje Thom al sinds begin september bezig aan een rondreis over de bol, een wereldreis van een heel jaar aan het afwerken. Van tevoren veel over gepraat, veel lekkere plannen aangehoord, veel landkaarten op tafel. ‘Maar dan zie ik jullie heel lang niet…..’ sprak het kind ergens in de winter al, met in haar ogen een weemoedige blik van vooruitlopende heimwee zeg maar. Daarna opperde zij in een van de meimeringen de foute woorden: ‘het zou erg leuk zijn als we elkaar ergens zouden onmoeten, is dat een idee misschien ?’  ‘Ja….. Jajajaja…… Ja….., dat gaan we doen Wilma’. Er was vanaf dat moment geen weg meer terug, het enthousiasme droop al snel uit mijn vaten. De zoektocht naar tickets begon en de hoofdlijn werd in maart vastgelegd. We ontmoeten de twee vrijdag 7-11-2014 in Panama en trekken dan 2 weken met elkaar op, waarna onze wegen zich scheiden en wij nog Cuba aandoen. Gaandeweg het jaar ontbrak het door druk werk en andere dingen aan tijd voor een goede voorbereiding dus we springen maar in het diepe, komt allemaal goed. De tickets zijn er, de gele-koort-prik is er, de fotokamera heeft jeuk zei hij, de eerste overnachtingen zijn geregeld, de rest is improvisatie. Go !

_


_

Vrijdag 7-11-2014  Panama City

Traditiegetrouw gaat Wilma de laatste avond thuis op enig moment naar bed en kan ik in alle rust op een veel te laat tijdstip mijn pontificaal uitgestalde rotzooi in mijn rugzak proppen. Het controlelijstje ligt er al dagen maar een stuk onrust in combinatie met ‘geen zin’ maakt het deze nacht weer half twee voor ik in bed duik.

De dagvullende vlucht vanuit Amsterdam naar Panama voelt deze keer  niet idioot lang aan. Weggebracht door dochter Laura en vriend Danny vertrekken we vanuit een druppend Amsterdam bij 11 graden. Dat is op zich al niet erg, en we zien er ook niet tegenop, begint een beetje te wennen denk ik. Ik settle me in stoel 21-J. Bij het raampje, zoals ik eigenlijk altijd voor elkaar probeer te krijgen. Ik ben verliefd op de wolkenpartijen welke tijdens een vlucht zo mooi voorbij komen. Okee, de motor hangt een beetje in de weg (volgende keer rij 15) maar ik ben weer aangenaam getrakteerd. Lekker prullen met de foto’s op de Iphone is een mooi tijdverdrijf. Ach, mezelf een beetje bezig houden tijdens zo’n lange zit lukt me meestal wel. Heb nu voor het eerst de trutkoptelefoon die je altijd uitgereikt wordt, pas opgedaan nadat ik mijn motor-oordoppen in deed. Heerlijk rustig en gefilterd verstaanbaar komen dan de film-geuiden door.

Na correctie van de klok landen we deze middag om 16:40u op Tocumen airpot in Panama City. Een naar ik hoor pas recent ingevoerde non-stop vlucht zet ons op Midden-Amerikaanse bodem, een stukje aarde waar we onze dochter Jolien en haar Thom gaan ontmoeten. Hun wereldreis is nu twee maanden bezig en hebben behoefte een kop koffie met ons te drinken. Een reden die wij met beide handen aangrepen als excuus om ook naar deze andere kant van de aarde te vliegen. Het is verbazingwekkend niet-raar als we in de door de splinternieuwe binnenkomst-gate onze bagage hebben laten scannen en we het jonge stel hevig zwaaiend door een spleetje zien staan. Leuk die twee te zien tussen de 25 taxichauffeurs die allemaal met bordjes hun klanten zoeken. We huggen luidruchtig en baldadig. Onze taxi komt spoedig en rijdt wild en hard door de inmiddels donkere straten naar Hotel Costa Inn, kilometer of 10 rijden, waar een ruime kamer en simpel sanitair ons wacht. Na een bijklets-sessie op de kamer en uitladen door Jolien en Thom gemiste spullen als zoute drop, chocolade en stroopwafels gaan we deze avond afsluiten met een mixed grill-schotel bij een restaurantje en paar kilometer verderop in het centrum. Jolien heeft een massieve vis op haar bord. Deze overdaag aan calorieen en het feit dat het eigenlijk al 2 uur ’s nachtss is voor ons lichaam, diet ons breken. We zoeken het bed op en storten geknakt neer.


_

Zaterdag 8 en Zondag 9-11-2014  Panama-City en het Panama-Kanaal

Panama City is zo’n stad waar je totaal geen beeld bij hebt omdat je er nooit iets van hoort of ziet, tenzij je er naar zoekt natuurlijk. Uiteraard hebben we interesse om een glimp van het Panama-Kanaal op te vangen, een belangrijke doorvoerroute van grote zeeschepen welke met deze doorgang zich een hele omweg besparen, en het land een leuk bron van inkomsten geven lijkt me. Nu zijn we er, uiteraard moet je dit gezien hebben, ondanks dat het slechts een zelf gegraven slootje is. We zien op een kaartje dat een groot winkelcentrum daar niet ver vandaan ligt en willen dat eerst maar eens bezoeken om de eerste gezamelijke dag maar eens relaxted te beginnen. Na een taxiritje worden we bij een enorm complex van hallen afgezet, de ‘Albrook Mall’. Idioot groot, clean en strak ingericht met een miljard winkeltjes, pffff.  Dit is NIET waarvoor wij naar de andere kant van de aarde gevlogen zijn De meisjes beginnen enthousiast langs de winkeltjes te struinen maar beseffen na 15 minuten gelukkig ook dat dit toch niet het juiste is om te doen hier en nu. Bij het naastgelegen busstation grijpen we een bus richting Kanaal, waar we voor USD 15,– pp enthousiast de poorten van het meest interessante deel van het kanaal binnengaan, de Miraflores sluizen. Een kleine teleurstelling vind ik het zelf. Het is een afgeschermd bezoekerscentrum van 3 verdiepingen met balcons van waaraf je het gebeuren in deze sluis kunt bekijken. Een mooi stukje 100 jaar oude techniek wat daar neergezet is, maar erg beperkt in beleving op zo’n afstand. En je moet geluk hebben dat er net schepen het proces doorlopen anders is je USD 15 al helemaal veel teveel. Ach, been there, seen that zullen we maar zeggen. De bus brengt ons terug naar het winkelcentrum waar we een Cinnabon-broodje weg-eten, een mierenzoet broodje. Jolien (en alle andere vrouwen op de wereld hoor ik) smachtte hier al heel de dag naar. Hierna struinen we door de stad, op zoek naar een boeiend deel ervan. Helaas. Panama City krijgt geen warm plekkie in mijn hart. Een rommelige drukke stad, meerendeel slechte straten, veel oud beton, rondliggende rotzooi, veel lelijke oude huizen welke armoede en achterstallig onderhoud uitstralen, gebouwd in fantasieloze lelijke betonnen structuren zonder enige poging tot aanbrengen sierlijkheid. Veel leegstaande panden met verroest traliewerk duiden op vroegere (?) criminaliteit. Tussen al deze vervallen lelijkheid doet men pogingen nieuwe grandeur te bouwen middels hoge torenflats en strakke op zich mooie skyscrapers. Een mislukte weg heeft men hier ingeslagen, de vloek met de bestaande lelijkheid is eenvoudigweg te groot. Hier is structurele vernieuwing, niet aanvulling nodig. Er is geld zat, getuige de enorme hoeveelheid nieuwe en jonge auto’s , vreemd om te zien. Ik weet niet waar die centen vandaan komen, maar zijnde een land in Midden-Amerika kun je een link naar buurlanden met veel onfris geld niet uit de weg. Het zal wel. Wel moet gezegd worden dat de mensen op straat en in het verkeer hoffelijk zijn en goed uitkijken en elkaar in de gaten houden. Je voelt er je ook absoluut niet onveilig, er loopt geen raar volk. We sluiten na vele gelopen kilometers door de stad onze dag af met moeie poten en een simpel hapje op de kamer. Zondag zullen we hier nog zijn, maandag vertrekken we voor een geboekt vierdaags verblijf op de San Blas eilanden, voor de Noord-Oost kust van Panama.
We gaan vandaag eens de kortste weg naar de kust nemen. Uit ons hotelkamertje zien we hem liggen, de golf van Panama. Een grote boulevard met gezellig leven leidt ons naar een oud stadsdeel, waar vele restauratie-projecten van oude panden lopen. Er is veel aangetast en de bouwmannen hebben veelal slechts de buitenmuren laten staan. Dure monsterklussen. Een vreselijk intense regenbui doet ons een restaurant in vluchten waar we zojuist een biertje gepakt hebben. Een ongeplande te dure hap volgt. De soepel Engels pratende oude praatjesmaker van 74 lokte ons een half uurtje geleden het terras op en probeerde met zijn amicaal gedrag een koop koffie of iets los te peuteren. Dat gebeurde niet. Met het kenbaar maken van onze San-Blas plannen kijkt hij wel licht wrang, licht treurig terwijl hij vertelt dat dat daar niet goed gaat met incest op die eilanden. Hechte gemeenschappen waar vers bloed van buiten niet in komt. Hmmmm, ben benieuwd.
We gaan richting hotel terug, er moeten nog boodschappen gedaan worden, vervoer en slaapplekken geregeld worden voor als het eilandbezoek afgerond is. Het dakterras met zwembad brengt afkoeling alvorens we achter de laptoppies kruipen. We koersen die avond met een toevallig toch die kant op rijdend busje naar het station om buskaarten vanuit Panama City naar grote plaats David een stuk westelijker te regelen. Dit blijkt pas de dag zelf te kunnen, dus zullen we moeten zorgen dat we na het eilandbezoek begin van de avond op het station afgezet worden om dit dan te regelen. Terug op de kamer boeken we nog een nacht in The Purple House in David. Nu kunnen we rustig slapen en morgen op pad gaan. Pfff….. _


_

Maandag 10 tm Woensdag 12-11-2014  San Blas eilanden bezocht.
Om 05:00uur stipt worden we opgehaald door een stevige Toyota Landcruiser jeep die ons na een stuk snelweg door een langs alle kanten opzwiepende, met steile hellingen en enorme gaten in de diepste stukken uitgeruste weg door de Panamese bossen zal rijden richting een provisorische haven waar de 15 persoons boot van de Kuna Indianen ons naar een van de eilanden zal brengen, voortgestuwd door twee dikke 50 pk Yamaha buitenboord-motoren. Deze bevolkingsgroep doet niet aan de Panamese wetgeving mee en regelt alles zelf binnen hun onafhankelijke gemeenschap, zo ook het vervoer dat vanaf het hek aan de haven volledig in hun macht valt. Het inschepen gaat lekker rommelig in de matig geordende haven. Overal modder na de regenbuien die nacht. De donkere gast uit Miami die overgehaald was door zijn vrolijke welbereisde vriendin om mee te gaan op een dagtrip, vindt het maar niks. Hij bekijkt het allemaal argwanend en met tegenzin. ‘I dont’t like to travel, rather be at home’ zucht hij. Zijn vriendin (dat is die met zeester in de fotos) kletst vrolijk met ons en is vol bewondering over Jolien’s plannen en onze meeting hier.
‘This sucks, this is worse than India’ zucht de Miami-jongen als hij bij aankomst op het overnachtingseiland (de basis zeg maar) rondkijkt en alle met extra zeilen bedekte kampeertentjes van Comfort Quest ziet staan, onze slaapplekken de komende dagen. Hij is in zijn jeugd meerdere malen naar India geweest, waar zijn familie een stukje land heeft. Zijn vriendin gaat volgend jaar weer 4 weken naar China om les te geven, bestaat niet dat hij meegaat, hij snapt er niks van.
Het is bewolkt en warm, het ziet er allemaal niet echt idyllisch uit. Na het dumpen van de spullen en het aanschieten van zwemspul gaan we al snel op pad voor het bezoek aan een van de 378 omringende eilanden. Halverwege stopt de boot op een ondiep stuk en mogen we een kwartiertje lekker snorkelen in het kristalheldere water, een leuk moment, een eerste contact met het mooie onderwaterleven is gemaakt. Een eerste, minder leuk contact maken we die komende uren met de alles doordringende sterke zon die hier is. Lekker op het strand zitten en lekker in de zwembroek snorkelen en badderen leidt deze middag bij mij tot een intense zonne-brand die pas die avond zal blijken en voor pijnlijke komende dagen zal zorgen. De sluierwolken beschermen me niet. Auw. Bij het mensen-kijken die middag moet ik al snel aan de woorden van de 74-jarige Engels sprekende Panamees op het terras gisteren denken, inteelt vermoedend onder de eilandbevolking. Hij heeft gelijk, zo blijkt uit de diverse genetisch minder bedeelde mensen die er rondlopen. Sommigen kijken vreemd uit hun ogen om het zo maar te zeggen. Terug op het basiseiland, waar net als op al die andere eilanden niets te doen is, valt de zon al tegen zes uur achter de horizon. Donker. Wind. Zee-geluiden, flapperend tentdoek, pijnlijke rug. Het eten wordt in het laatste schemeruur door de Kuna’s klaargemaakt uit vis, kip, aardappels, groente. Het smaakt me niet, en dat terwijl ik niet bekend sta als fijnproever. Maar goed. Ze verkopen wel blikjes bier, maar dat voelt op een of andere manier niet helemaal juist hier, terwijl ze ze zelf ook genoeg tutteren, geen goed teken voor de toekomst. Ik ben er op deze eerste avond, waar geen eind aan komt (niks te doen) eigenlijk wel klaar mee, maar zal het nog wat kansen geven. Vroeg naar bed, lekker slapen, mag ook wel eens.
Het is op zich een bijzonder gebied, een archipel (zo heet dat toch?) van bijna 400 eilandjes, hoopjes zand eigenlijk met wat palmbomen erop en een authentieke, eigenwijze bevolking die er leeft en betaald bezoek toestaat, maar op de mobiele telefoons en zonnepaneel-gevoede 24 Volt accu’s voor wat lampjes na is er geen teken van behoefte aan moderne beschaving onder deze mensen. Scholing kinderen ? Geen idee. We bezoeken deze dinsdag na een stuk over zee geragd te hebben met de sterke boten, een eiland waar een vissersboot een jaar of veertig geleden is gestrand. Grotendeels opgevreten door het zoute water herbergt hij nu een berg koralen en mooie vissen, een tof plekkie voor deze ‘white gringo’ om lekker te snorkelen. Heerlijk man, je zou er bijna een duikbrevet voor gaan halen. ‘Die twee’ hebben het al en gaan daar in toekomstige zeeën nog goed gebruik van maken. Ik hou het hierbij. Een paar uurtjes koekeloeren onder een beschermende handdoek op het strand volgen, waarna we om 12:00 uur weer terug gaan naar ons basis eiland. Spelletje en een paar biertjes vullen de middag in de ‘kantine-hut’. Authentiek en primitief geconstrueerd bouwwerk, gelukkig geen metaal of kunststof met schroefjes te bespeuren. Een hevige storm met stevige regen luidt de avond op ons Bounty eiland in, weer vroeg naar bed voor in de avond.
Ik word woensdag de 12e al vroeg wakker. Tegen 4 uur in den ochtend heb ik genoeg geslapen. Het wordt langzaam licht en ik zit van onder mijn kampeertentje met fel blauw boerenbond-zeil al anderhalf uur naar de windstoten en slagregens te luisteren om mijn idyllisch Bounty-eiland. De angst om getroffen te worden door neervallende kokosnoten in hun originele dikke verpakking van een paar kilo, neemt toe. Gedurende de nacht hoorde ik tenslotte al meerdere malen een dof ‘boettt’ als zo’n gevaarte vanaf 10 meter neer-beukte in het zachte natte strandzand dat net zo goed onze tent of mijn hoofd kon zijn. Nee, papa was klaar met dit avontuur. Ik ga een aftocht regelen vandaag. Het ontbijt-signaal luidde gisteren om 06:40u al toen de Kuna-indiaan op zijn grote schelp blies. Ik hoop dat het vandaag…….. nee, daar gaat hij weer, we moeten eten. Het regent pijpestelen, maar we gaan toch door de regen naar de kantine-hut. Een worstenbrood-vormige oliebol en een gebakken ei glijden echter lekker naar binnen samen met de twee sterke koppen oploskoffie. Ja, prima. We zijn het eens dat vandaag geen excursie-dag voor ons gaat worden, maar dat we moeten zien weg te komen. Ontsnappen zo u wilt. Op de valreep meet ik met Thom en Jolien nog even het ovale eiland op, het blijkt zo’n 107 x 165 meter te zijn, dan weet u dat.  De vrees van ontbrekend boot-en jeep-vervoer voor onze ontsnapping is volledig ongegrond. ‘No problem Sir, you paid for everything’  De stevige vrijgezelle Kuna-meneer die hier het transport regelt heeft alles onder controle. na wat telefoontjes en onderhandelingen (hij is er duidelijk goed in, heeft volledige controle op het logistiek systeem hier en aan vaste land) kunnen we kosteloos mee en zullen na een overstapje in een andere auto op het busstation in Panama worden afgezet. Perfect. We kopen deze avond in de Albrook terminal onze bustickets naar David in West-Panama en doden de uren tot vertrek met een fastfood-hap en de grote vreethal waar alle fastfood-koningen hun dependance hebben.
De ijskoude nachtbus brengt ons in een pakweg 7 onaangename uren naar David, waar we om 05:30 u op de stoep staan van The Purple House, een budget hostel waar we een nachtje slapen. Niets gereserveerd, enkel een plekje op een ‘dorm’, een slaapzaal met 3 stapelbedden, blijkt beschikbaar. Voor 1 nachtje geen probleem. We wachten enkele uren tot het vrij is en doen onze boodschappen intussen bij de super een paar blokken verderop. De middag en avond brengen weer veel hevige regen, ik begrijp nu dat november gemiddeld zo’n 20 cm regen naar Panama brengt. Jolien en Thom maken hun reis-cv’s trots zichtbaar middels opnaai-pads op de rugzakken, verder komen we eigenlijk die hele tijd nauwelijks uit onze stoelen, iets wat de Amerikaanse uitbaatster van de tent nadrukkelijk opmerkt. Het irriteert haar eigenlijk. Mevrouw, wij hebben even genoeg regen gezien, het is klaar nu.


_

Vrijdag 14 en za 15-11 Puerto Viejo – dierenopvang – golven en sushi.
Nadat we gisteren een dag hebben zitten aanrommelen in het Purple huisje, doen we vandaag een ‘busdag’ om ons te verplaatsen naar Costa Rica. M’n door de zon-verbranding opgezwollen poten wringen aan alle kanten en de resterende pijn aan mijn rugvel maken het sjouwen met een rugzak tot een feestje. De eerste bus brengt ons van plaats David naar de grens met Costa Rica waar het inmiddels lekker is gaan regenen. Vreemde grensovergang. De Panamese bus stopt voor de grens waar alle passanten na betalen van een kleine ‘tax’ lopend over een oude metalen spoorbrug met half vergane dikke houten planken het Costa-Ricaans grondgebied binnengaan. Aan de andere kant vinden we een busstationnetje voor de rit naar Puerto Viejo, een kustplaatsje aan de Noord-Oostelijke kant van Costa Rica, een paar uurtjes rijden. Enorme bananen-plantages domineren het landschap vanaf kilometer 0, af en toe onderbroken door verpakkingsloodsen waar grote Chiquita-vrachtwagens gevuld worden en de enorme oogsten richting onder andere de Chinees aan de Tilburgseweg in Breda brengen, die er dan weer Pisang Goreng van maakt. We betrekken na een ritje van pakweg anderhalf uur onze kamers in Kaya’s Place, een mooi hostel, tot het kleinste latje opgebouwd uit bij ons onbetaalbaar hardhout. Stoerheid en stevigheid worden hier aangevuld met kleurrijk beschilderde muren. Een tof plekkie aan zee in een klimaat waar het eigenlijk altijd lekker ergens half de 20 graden en hoger is.
We plannen er bij aankomst meteen maar een excursie voor de volgende dag naar een dierenopvang waar we mooie beestjes als luiaards, slangen, Toekans, andere vogels, aapjes en een luipaardje zien. Ze doen op zich wel goed werk hier, beesten opvangen die uit situaties komen waar ze anders dood zouden zijn gegaan, en ze weer klaarstomen voor ‘het echte leven’. Het blijft een druppel op een gloeiende plaat, maar biedt ‘de gewone mensch’ wel een mooie gelegenheid aparte beesten te zien die normaal niet van zo’n kleine afstand te bewonderen zijn. Leuk uitstapje. We lopen na het bezoek terug langs de kustweg en spelen lekker in de hoge golven. Loom van het actieve gedoe stoppen we hongerig bij een mooie sushi-aanbieding in een restaurantje dat we tegenkomen einde middag. Paar Cerveza’s erbij en het is weer mooi afgerond. Een goed gevoel over dit leuke levendige dorpje doet ons een dagje bijboeken bij Kaya’s Place. _


_
Zondag 16 en maandag 17-11-2014 Puerto Viejo – actie dagen.
Het platform van 2,5 x 2,5 meter dat ooit door een paar timmerhelden om de stam van een 50 meter hoge en 60 centimeter dikke boom gespijkerd is wiebelt best wel, het tordeert om de as van de boom heen zeg maar. Ik kan eigenlijk niet ontdekken of de boom zelf nu ook om zijn as meedraait of dat enkel de vele Canopy-gangers en de afgelopen regenseizoenen, waarvan de huidige zijn laatste maand ingaat, het hout en de bevestigings-materialen hebben aangetast en een stevige inspectie en revisie van dit ‘lanceer-platform’ onafwendbaar gemaakt hebben. Hopelijk krijgt het binnenkort aandacht. Maar goed, nu sta ik bovenaan de stalen kabel die onheilspellend de diepte in glijdt, onzichtbaar tussen het verderop hangende gebladerte verdwijnt. We hebben deze tocht al een stuk of 10 kabels gehad maar het blijft spannend om bovenin de bomen, neerkijkend tussen boomtoppen op een diepte van tot 80 meter de bodem van het regenwoud te zien liggen. Of niet eens te zien liggen. De begeleider controleert routineus het riemenharnas dat om mijn lijf en ledematen getrokken werd op platform 1. Even routineus spant hij met een stevige onaangekondigde snuk de riemen in mijn liezen aan, niet in ogenschouw nemend dat ik het edele gereedschap dat in die hoek hangt toch graag van bloed voorzien zie, daar ik het op een later tijdstip ongetwijfeld nog eens nodig heb. Hij gebaart dat ik naar de kabel moet komen. Gezekerd aan de boom zal ik niet vroegtijdig van het wiebelende platform lazeren, maar als ik even opspring om het vastklikken aan de op de kabel klaar hangende katrollen te vergemakkelijken wordt het wederom spannend. De dikke rundlederen handschoen met opgenaaid extra leren lap dient als geleider en als rem. ‘cross your legs in front of you and don’t brake till the man on the other end says so’. Go. Naarmate de 2 ijzeren wieltjes van de katrol met de toenemende snelheid harder over de staalkabel rollen en ik met bakkes in de wind richting het ergens lager gelegen platform afdaal, neemt de frequentie van het droge huilen van de mechaniek toe, een stoer geluid. Op een meter of acht van het platform rem ik hard door de handschoen achter me op de kabel naar beneden te trekken, een sterke wrijving doet me met exact de juiste snelheid mijn voeten op het platform zetten. Ik word er handig in. Met wederom een hupsje ontkoppel ik me en wordt aan de boom gezekerd. Volgende. Wat is dit toch heerlijk man, dit kan ik heel de dag doen. Bij wijze van spreken dan, want je zweet je in dit windloze vochtige regenwoud met een temperatuur van diep in de twintig graden helemaal weeïg bij het telkens weer over steile paadjes terug de hoogte in klimmend. Na een stuk of 18 afdalingen hebben we zo’n 2300 meter overbrugd. Lekker gespeeld, lekker moe. Deze zondag eindigen we met een geweldige rice and beans met een homp vlees voor een paar centen bij een piepklein hostel dichtbij ons eigen slaaphuis. ‘Nee, ik mag geen bier schenken’, zegt de rice-and-bean-man, ‘maar als je het bij de supermarkt aan de overkant van de straat koopt mag je het gewoon hier bij je eten opdrinken hoor’. Okee. Die avond ben ik nog wel tot 01:30uur in de weer op internet om een hostel te vinden voor ons vieren dat wel in een beetje veilige omgeving ligt. Gevonden. Truste._

_

Dinsdag 18 tm donderdag 20-11-2014. Busdag – friet speciaal – dagtrip natuur.
Terwijl wij bij de provisorische bushaltes aan de rand van het dorp zitten te wachten op onze bus naar San Jose gaat de hond verveeld liggen tussen de letters op het reeds warme asfalt. Als de bumper van de grote touringcar hem nadert en een kort toetersignaal hem waarschuwt, gaat hij toch maar weg. ‘Verdomme, ik lag net zo lekker’, lijkt hij te denken. De zorgeloze uitstraling van Puerto Viejo eindigt als we na een relaxte busrit van 5 uur met raampjes open rondkijkend en wegdoezelend de hoofdstad San Jose binnenrijden. De huizen en andere gebouwen hebben voor alle ramen tralies, opritten zijn met hekwerken afgesloten, alles dicht. De buurt waarin het busstation ligt, de hele stad eigenlijk, heeft geen beste naam voor veiligheid op straat, zeker niet als de duisternis is gevallen. Het ziet er in de armoedige wijken niet best uit. Om die op diverse sites gemelde situaties heb ik gisterennacht net zolang gezocht tot ik in dit geval het ‘Love 2 Hostel’ vond in een veilige buitenwijk (zoals ze zelf claimen) en tevens een busstation-pickup heb laten verzorgen. Hij staat keurig te wachten, de uitbater van het hostel. Hij vertelt over zijn verleden als reisgids en dat hij thans zelfstandig uitstapjes regelt. We spreken onderweg meteen een tourtje morgenvroeg af waarin hij ons hopelijk een stukje van de vulkaan Arenas kan laten zien, en wat natuur en zo. Prima, doe maar, dat waren we toch al van plan. Ondanks de veilige rustige buurt hebben ook zijn hostel en alle huizen tralies en hekwerken om de tuinen en opritjes, veelal staat de auto bijna binnenshuis, zo ook bij hem. Mijn beeld van een sereen en passief Costa Rica is blijvend verstoord. We doen die avond boodschappen in de nabijgelegen supermarkt waar de kerstspullen net als bij vele huizen al duidelijk aanwezig zijn en bouwen een friet speciaal in de ietwat ranzige gemeenschappelijke keuken. Onze kamer is piepklein en heeft geen ramen, wel een breed ventilatierooster naar buiten toe en voldoende doorluchting de andere kant op, daar de huizen hier veelal aan beide zijden open zijn. Niet zeuren voor krap 2 tientjes per nacht in een verder best duur land.

De Iphone begint die nacht om 05:20uur ingeplande irritante geluiden te maken die onze slaap doen eindigen, we worden voor de woensdag-vullende trip om 06:00uur in het Hyundai busje geladen. De tour heeft geen einddoel maar is meer een tocht langs de diverse aspecten van Costa Rica. Onderweg stopt hij diverse keren om ons kleine kikkertjes, Kolibries, Toekans en Luiaards te laten zien. We toeren door het cloud forest van Los Angeles en zien daarna stukken dik begroeid regenwoud. Welkom is zeker de stop voor een zwempauze. Verrassend dicht bij de weg gelegen. Voorzichtig op handen en voeten tussen de grote gladde keien manoeuvrerend wacht een heerlijk verfrissende diepe poel achter een waterval, inclusief een touw aan een hoge boom dat Tarzan acties en grote plonzen binnen handbereik brengt. Alles om meisje Wilma te imponeren natuurlijk die het allemaal wel best vindt en aan de kant alles gadeslaat. Meisje Jolien neemt de uitdaging wel aan en stort zich ook 2x vanaf het touw op een meter of zes hoogte in het water. Bravo ! Thom is uiteraard ook niet te houden, veel gelachen. Verderop in het landschap blijkt al snel dat zicht op de vulkaan door dikke mist er vandaag niet in zit. Beklimmen mag sowieso niet maar een mooi helder plaatje van deze slapende vulkaan-berg had ik toch wel leuk gevonden. Helemaal dood is hij nog niet, getuige de warmwaterbronnen welke in de omgeving aanwezig zijn. We onderbreken de rit bij een licht verstopte, maar publiekelijk toegankelijke ondiepe rivier waar aangenaam water van een graadje of 35 doorheen stroomt. We nemen eigenlijk bijna anderhalf uur lang een warm bad aan het einde van de middag. Terugrijdend wacht ons een vroege duisternis en een enorme verkeerschaos. We zijn pas om 7 uur die avond thuis en eten de restjes op die we nog hebben. Donderdag 20-11 wordt de laatste dag samen, we besluiten wat aan te rommelen. Na intens overleg staat Thom toe dat Wilma zijn haar bijsnoeit, hij durft niet naar een lokale kapper. Ik ken het gevoel, ik heb het er ook nooit op. Een paar uur slenteren door de buurt, wat boodschapjes en een afsluitend dinertje bij de Chinees in de straat breien een eind aan ons 14 daags samenzijn. Die nacht gaat de wekker om 3 uur en na een emotionele knuffel en bemoedigende woorden gaan we een periode van 9 maanden in waarin we onze lieve dochter en haar liefje niet zullen zien…… slik. De zijdeur van de Daihatsu rolt dicht, de stalen deur van het hostel gaat weer dicht. Dag lieverd ! Op naar het vliegveld in de donkere nacht.


_

Vrijdag 21 en zaterdag 22-11-2014 Havana.
Op ons reis-CV kan thans bijgeschreven worden dat we in El Salvador waren. Okee, het was middels een tussenstop op het vliegveld in de hoofdstad San Salvador dat we daar 45 minuten op hun bodem stonden, maar het waren 45 fantastische minuten. De krap 2 uur die we daarna nodig hebben om naar de Cubaanse hoofdstad Havana te vliegen worden afgerond met een bijna even lang wachten op de uiterst inefficiënte trage douane-post waar elke passagier papiermatig intens gecontroleerd wordt voor het betreden van Cubaans grondgebied. Een vliegtuig loopt leeg en honderden mensen moeten langs de douane. Als je dan 5 poortjes hebt en voor elk persoon 10 minuten uittrekt, dan kunt u zich wel een beeld vormen hoe het er aan toe gaat. Onrustig kijkende mensen, velen verschuivend van rij naar rij in de hoop sneller door te kunnen. Een beambte gaat lunchen en gooit zijn balietje dicht. Zegt niks, loopt gewoon weg, de rij mensen staat verbouwereerd te kijken. Zij kunnen aansluiten achteraan een andere rij. Eenmaal aan de beurt vraag ik denk ik iets te vaak aan de jonge beambte ‘welk land zegt u ?’ wanneer hij me naar de recent bezochte landen vraagt, ik mag dan ook uit (niet getoonde) irritatie naar de informatie-balie om een of ander formulier op te halen. Hij wuift me weg. Machtsvertoon. Welk formulier durf ik hem niet te vragen. Omdat de informatie-balie-dame ook geen idee heeft wat ik wil, ga ik met lege handen en een gezonde portie onderdrukte irritatie terug naar het begin van de rij. Op mijn melding dat de info-dame ook niet weet wat ik wil en met de nadrukkelijke melding dat ik met mijn vrouw gereisd ben en zij al door de poort is, blijkt een goedkeurende stempel ineens wel mogelijk. Uiteraard moet wel eerst weer elke letter op het paspoort gecontroleerd worden en alle lege bladzijden na gebladerd worden. Zucht. Dus dit is jouw baan ? Na dit leed staat ook hier gelukkig weer keurig een chauffeur te wachten om ons mee te nemen, naar het gereserveerde Casa Wilfredo. Omdat pinnen in Cuba godsonmogelijk is haal ik met m’n creditcard bij een wisselbalie 500 toeristen-CUC’s, vergelijkbaar met 500 Dollars, zo’n E 375,–. De meegebrachte E 900,– cash hou ik als reserve. Het huilend linker voorwiellager zit chauffeur Alfredo niet lekker, hij zal naar de garage moeten zodra hij ons afgezet heeft bij ons Casa Particulare. De overvloedige regen de afgelopen dagen is het lager binnengedrongen en heeft het kapot doen draaien. Mooie boel, een dag geen inkomsten in dit zojuist begonnen hoogseizoen, want de maatschappij waar hij zijn auto geleased heeft zal hem geen vervangende auto mee kunnen geven. Hij baalt. Blijft echter vrolijk in een mooi Amerikaans accent vertellen en grappen maken. Al op het parkeerterrein van de luchthaven zien we de eerste oude Amerikaanse auto’s staan en rijden, het klassieke beeld dat we van Cuba hebben. In de drukke hoofdstad Havana is de verhouding oude op nieuwe auto’s zo’n 2:5. Een onaf latende stroom prachtige historisch automobielen van diverse herkomst glijdt voorbij. Veelal als taxi’s in gebruik, maar ook veel als trots bezit uit vervlogen tijden. Allemaal spul uit begin vijftiger jaren tot aan begin jaren tachtig. Ook veel Lada’s 2105 en oudere types, opvallend. Wat Renaultjes Dauphine en Peugeots 404, zelfs een rode Ford Prefect uit 1952, de eigenaar nog even gefeliciteerd met zijn prachtige bezit. Ja, een auto-historisch genot. Verwacht geen shiny Amerikaans museum, de meeste van de apparaten zijn in leven gehouden door intensief laswerk, creatief plamuren, door inbouwen andere (lichtere) motoren waardoor de voorkant verdacht hoog op de wielen staat. Verschillende banden, ontbrekende interieurs, gescheurde ramen, en matte verf, veel matte verf, met de kwast aangebracht. Maar charmant, zo charmant die auto’s, een leven van 60 jaar achter zich en nog steeds dagelijks over straat. Dikke rookpluimen, rammelende motoren, piepende veren. En dan kom je aan bij Casa Wilfredo, waar de historie ook hier weer volop aanwezig is. Wauw. Een prachtig hoog huis uit 1910, mooi in tact gehouden. Imposant origineel gebouw met veelal origineel interieur in enorme 5 meter hoge ruimtes. De dame des huizes excuseert zich bijna voor onze ‘kleine kamer’. Een ruimte van 4×4 met een plafond van 5 meter hoog, smalle klap-paneeldeuren van 4 meter hoog, glas in lood er boven, een aparte doucheruimte. Oude beluchtingssystemen in het plafond, siertegelvloer. Balkonnetje met uitzicht op straat en zee (okee, tussen de bomen). Mens, ik ben hier zielsgelukkig mee. In 1921/1924 heeft hier president Alfredo Zayas nog gewoond, zo ook een high-end prostituee (niet gewerkt) en ook een beroemde acteur op wiens naam meneer Wilfredo zo gauw niet meer kan komen. Het gebouw is sinds 1951 in hun familie. We vullen de eerste middag met een goedkoop lekker happie eten bij de Italiaan om de hoek en een wandeling langs de kust. Daarna gaan snurken na de lange dag. Deze zaterdag 22-11 doorlopen we na een ontbijtje hier in huis de stad eens en we kopen een ticket voor de Hop on/hop off bus. Halverwege de rondrit in de cabrio-dubbeldekker begint het intens te regenen, we vluchten naar ‘de begane grond’ van de bus en stappen in de het centrum uit om een pizza en een biertje te pakken. De fut is er hierna uit. Even lekker hangen in onze kamer tijdens intense stortbuien, die niet stoppen. Het geplande bezoekje aan Hotel Sevilla waar je tegen betaling van de schaarse internet-faciliteiten in dit land gebruik kan maken loopt op niks uit. Hek dicht. Morgenvroeg maar even daar de lobby inkruipen en het dagboek op Doos14 bijwerken, ik moet tenslotte mijn lezers (alle 2) te vriend houden……. _


_
Zondag 23-11 tm maandag 24-11 Havana gaat eindigen.
Nee, deze zondag wordt geen topdag. Mijn hoofd zit vast, mijn lijf heeft geen fut, vandaag ook geen humeur aanwezig. Bepaalde dingen moeten geregeld worden wat thuis allemaal zo voor elkaar is, maar in Cuba gedoe en tijdverspilling tot gevolg heeft. We kopen een uurtje internet in Hotel Sevilla, en nog eentje, en nog eentje. Het wil allemaal in eerste instantie niet lukken om Doos14 van verse informatie te voorzien, de reeds uitgewerkte teksten laten zich niet eenvoudig kopiëren vanuit Word naar de site. Na bijna twee uur prullen staat alles dan toch op zijn plek en moeten we nog het www op om vervoer naar de plaats Vinales voor dinsdag de 25e te regelen en een slaapplaats ergens. Lekker hotel met zwembad zit vol, het hoogseizoen is begonnen, maar we vinden een plekkie in een hopelijk lekker Casa Particular ‘Villa el Coral’ voor een nachtje of zes, twee Eurotientjes per nacht. Niet supergoedkoop, maar het zij zo. De zin om rond te trekken is ver weg, we treffen straks hopelijk een relaxted landschap daar in het westelijke Cuba en we gaan er eens op het gemakkie doorheen huppelen. Na die zes nachten zien we wel verder. We pakken einde middag een goedkoop pizzaatje met Mojito’s, ook goedkoop. Voor onze begrippen dan, maar alleen verkrijgbaar in restaurants waar de toeristen met hun CUC’s (convertable pesos) kunnen betalen, een geldsoort die niet voor de gewone Cubaan is, zij hebben hun eigen pesos-soort waar ze alleen in kleine beperkt uitgeruste winkels basis zaken kunnen kopen. Het merendeel van de mensen leeft op gerantsoeneerd voedsel, een trieste zaak, die af en toe leidt tot tegen de restaurant ramen aanstaande minder bedeelde hongerige mensen. Dit voelt niet goed en is raar. De mannetjes en vrouwtjes die voor de toeristen zaakjes regelen en taxi’s en zo, houden er wel CUC’s aan over en kunnen daar dingen voor kopen die voor de gewone Cubaan onbereikbaar zijn. Gevolg: je wordt af en toe genaaid. Tja, je bent alert, maar je tuint er toch in. Laat maar waaien. Als we terug lopen begin van de avond is het donker en ziet de stad er eigenlijk veel mooier uit, ik maak wat avondfoto’s en wordt er blij van. De maandag vullen we met het regelen van geld (moeizaam hier) en aanschaf bustickets. Voor 12 CUC per persoon zullen we morgen zo’n 175 kilometer verderop gedumpt worden, zeg maar tientje de man, mooie prijs. De door ons aangesproken fiets-taxi vindt de afstand tot bank en busstation te groot en roept vriendje KuC (Kut-Cubaan) die ons middels een list onderweg een ongevraagde toer in leidt, iets dat na afloop pas blijkt. Tourist-Fuck nr. 2. Ik ga er een liedje over schrijven denk ik…… Inmiddels wel besloten dat ik niet meer onvoorbereid en zonder kennis van Spaans naar een Spaanstalig land ga. Zuid-Amerika zal nog even moeten wachten tot dit geregeld is. Een wandeling langs de kust en richting hotel Sevilla voor het oppikken van Jolien’s antwoordmail doet de irritatie weg-ebben bij me. Als ik die vent nog zie steek ik voor zijn neus mijn sigaar aan met een briefje van 20 (Euro 17,50), dat moet pijn doen bij hem, zeker nadat ik hem gevraagd heb of hij er 20 wil verdienen. Rancuneus ? Ikke ? Ja, toch wel hoor….. Steven Segal had het anders opgelost, maar die had geen tijd om met ons op reis te gaan. Kom Wilma, we gaan wat eten bij de Italiaan een straat verder. Voor een tientje heerlijk eten en een Mojito…… en daarna het onvermijdelijke tas inpakken. Kledingstukken strak oprollen, stiekje erom en in de rugzak. Morgen de bus om 09:00 uur.


_

Dinsdag 25 en woensdag 26-11-2014. Naar Vinales.
Met het afscheid van meneer Wilfredo en zijn vrouw verlaten we Havana met de bus. Met een tussenstopje in Las Terrazas en Pinar del Rio trekt de chauffeur na een rustige busrit van 4,5 uur de handrem aan op het centrale plein van klein dorpje Vinales in het westen van dit grote eiland. Een gezellig simpel plekkie waar een hoop kamers te huur zijn, stuk of 500 slaapplekken in de huizen van de 10.000 inwoners. Een stevige verhouding die echter het simpele leven daar niet aangetast lijkt te hebben. Dit dorp is een hot-spot in Cuba vanwege de tabaksplantages in het mooie landschap met karstbergen die hier net als in Vietnam in nadrukkelijke vormen trots uit de grond lijken te komen, een erosie-erfenis van miljoenen jaren geleden. Uiteraard ook hier weer veel oude auto’s, opvallende veel lichte Oosteuropese tweetakt-motorfietsen als Jawa en MZ, lichte nette iele 125 of 250 cc Japanse eencylinders en wat groffe Russische Dneprs met zijspan. De Cubanen die hier kamers verhuren hebben het niet slecht, de anderen leven een simpel leven. Als de busdeur opent staat er natuurlijk een horde fans op je te wachten die óf je komen oppikken, óf je een kamer willen verhuren dan wel taxi vervoer voor je hebben. We hebben echter een reservering en ons slaapadres blijkt 150 meter lopen te zijn. Een erg aardige familie met Engels sprekende alles-regelende dochter verwelkomt ons in hun mooie huissie. Ze had echter de mail van de reserverings-site een dag niet gelezen en onze kamer blijkt al geboekt te zijn deze komende nacht, ze kijkt verontrust en excuseert zich veelvuldig, ze baalt. We komen goed weg. Een vervangende kamer voor de 1e nacht, morgen betrekken we de juiste op het dak, met relaxted terrasje. Prima. Bij het openen van de tassen hangen we vochtige spullen te drogen, al dan niet geforceerd via de ventilator. Het stoort het me wederom dat ik zaken als statief, telelens, 2e spijkerbroek, muskieten-net al twee en een halve week meesjouw en nog niet gebruikt heb. Volgende keer beter over nadenken. Het is wel zo dat ik deze onvoorbereide reis geen rust en zin heb om veel tijd voor fotografie uit te trekken, een sfeer-bewerking van de kleine (extra) Jpegs uit de kamera en de Iphone-beelden die ik ter illustratie voor het reisdagboek op Doos14 klaar maak, volstaat. Allemaal impressies deze keer, is eigenlijk de schuld van fotograaf/vriend Kees van Nunen die op dat gebied al vele mooie dingen gedaan heeft, en mij besmet heeft. Bevalt me goed, ik denk dat mijn fotoboek ook alleen maar deze serie gaat bevatten. Komende dagen hoop ik echter nog wel wat tijd te steken in serieuzere foto’s, als er wat mooie dingen vast te leggen zijn dan tussen al dat groen. Woensdag nu. We worden wakker met hevige regens hier, regenseizoen, ja ik weet het. Het blokkeert onze plannen voor een uitstap door de vallei, paardjes moeten wachten. We verhuizen naar de definitieve kamer en maken nog een vergeefse wandeling richting een hotel dat wifi zou hebben. ‘Not today, maybe tomorrow’…. Einde middag leidt de eigenaar van onze Casa El Coral me even rond door de verbouwing die achter en naast het pand aan de gang is, nadat ik hem erover aansprak. Grote plannen, het huis ernaast wordt erbij gepakt. Komen diverse kamers bij, een kantine/restaurant-ruimte, nieuwe keuken, gaat er over een maand of drie goed uitzien. Alles wat hij hier tot op heden aan zijn huis heeft gedaan voor zichzelf en voor de huurders heeft hij degelijk en netjes gedaan. Vriendelijke vent die wel wat aan zijn Engels mag doen. Mee dat ik dit schrijf spreek ik mezelf vermanend toe: ‘Niet zeuren Oomens, jij kent net 3 woorden Spaans, dus…..’

_
Donderdag 27 tm Zaterdag 29-11-2014. Laatste dagen Vinales.
Om tien voor tien steekt broer 2 van 7 deze donderdag-ochtend de stevige Havana sigaar in mijn hoofd aan, zittend aan tafel met ons en vier andere toeristen. Een kadootje van het familiebedrijfje van 7 broers dat in deze flinke grotendeels lege schuur jaarlijks de tabaksoogst te drogen hangt. In een bescheiden verhaal, er is tenslotte niet meer van te maken, legt hij uit wat er allemaal komt kijken bij het bouwen van de peuken uit deze wereldberoemde streek. De bruikbare delen van de van de bladeren, het drogen, het op smaak brengen met hulpstoffen en daaropvolgende inwerkperiode van 3 maanden, de constructie van de sigaren. Uiteraard afgesloten met een demonstratie welke inderdaad leidt tot een mooi apparaat. Mijn vraag wordt ontkend: ‘nee, er komt bij de eindmontage van het dekblad geen spuug kijken’ vertelt hij met een glimlach op zijn stevige kop. ‘We gebruiken daar honing voor’. Ik koop na afloop een stevig in palmbladeren ingepakt setje van 14 peuken, niet echt goedkoop, maar toch tof, uiteraard met de gedachte deze thuis met wat rookgenoten te delen bij een bak bier. ‘Kom, zegt broer 2, we gaan naar de paarden, waar mijn broer (3) jullie twee mee zal nemen voor de tocht. Ik bestijg voor de eerste keer in mijn leven dit grote zoogdier, op de foto zal later blijken dat het paard eigenlijk veel te klein is voor mijn lijf, aandoenlijk gezicht. Het spul komt in beweging. Ik hoop toch dat we met onze paarden de Duitse jongelui nog inhalen die ervoor kozen om te voet door het landschap te trekken met een gids. Cowboy Oomens maakt zich hier terecht zorgen over tijdens zijn ruiters-debuut, het door hemzelf tot Bonfire omgedoopte paard is meer dan mak en loopt op semi-automatische piloot het pad af dat hij al zo vreselijk vaak gelopen heeft. Harder dan toeristensnelheid 4,7 kilometer per uur durft hij niet te lopen daar hij in het verleden hier dusdanig veel voor op zijn flikker heeft gekregen dat hij het nu gelaten en futloos bij dit tempo houdt. 4,7 kilometer per uur, inderdaad komt dit niet boven de snelheid van de Duitse lopers uit, we kunnen ze dan ook niet meer inhalen alvorens wij op enig moment links afslaan voor het ingaan van een wat langere tocht. Met wat stukjes lopen tussendoor en een bescheiden grotbezoekje zijn we na een uurtje op 4 hobbelen begin van de middag weer terug op de boerderij. Toch wel een relaxte manier van door het landschap trekken, redelijk mooi gebied, hoewel niet 1 tabaksplant na het oogstseizoen gezien en een landschap dat de spectaculaire Vietnam vergezichten van vorig jaar zeker niet overtreft of overmatige blijdschap veroorzaakt. Ik ben verwend, ben me er bewust van. Broer 1 brengt ons met zijn volledig afgeleefde oude Lada terug naar Casa El Coral, waar de zandleverancier met zijn ossenkar net een lading brengt voor de verbouwing. Bij het achteruit steken kan hij de beesten maar net op tijd tot stilstand brengen om de voorgevel niet te rammen. De mannen lachen.
Vrijdag 28-11 huren we wat fietsen om een beetje rond te kijken in de buurt en ook naar het Hotel Los Jasminos te fietsen om even internet te kunnen gebruiken, we moeten plannen maken voor de laatste week hier. Naast een soepele wifi worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht vanaf dit hotel over de vallei, erg tof vanuit deze hoek. En de Espresso van CUC 1,00 (75 cent) smaakt fantastisch. De avond is met ik schat 20 graden best koud, het dorpje uitgestorven. Pizza wegproppen en een slecht Bavaria-biertje van 7,9 % (een broertje van de slechte blauwe Aldi ‘Zwaar Bier’ blikken) op de kamer tutteren, onder een warme deken.
Zaterdag 29-11 wordt uitgeroepen tot laatste dag hier in Vinales. We gaan een dag eerder dan oorspronkelijk gepland door, toch maar naar het midden/oosten van het land met een Viazul-bus, omdat de omgeving hier eigenlijk niet veel meer te bieden heeft. Cienfuegos wordt het doel, een grotere nette mooie stad naar men zegt. Zondag wordt een busdag van 7,5 uur voor CUC 32,–. Zometeen even tickets kopen in het dorp en onze kamer alvast afrekenen.


_
Zondag 30-11 tm Maandag 1-12-2014. Van Vinales naar Cienfuegos.
In Nederland sta je er niet zo van te kijken nadat er op de zaterdag-avond tot 01:00uur muziek op het dorpsplein was, maar hier op het platteland in ons kleine dorpje is het raar dat er deze zondag-ochtend om 05:25uur een eind verderop een joelende menigte door Vinales trekt. Langzaam ervan wakker wordend boeit het me steeds meer, ik ga het balkon op. Met een glimlach van bewondering blijkt het heel anders te zijn. Een heus leger van hanen kraait de hele zooi bij elkaar vanuit de omgeving, klinkt als een menigte onduidelijk schreeuwende mensen. Vanochtend is het voor het eerst in dagen windstil en valt de herrie pas goed op. Een geweldig joelend geluid van baldadigheid galmt door de vallei, fantastisch. Wat bezielt deze beesten toch die al sinds mensenheugenis het begin van een nieuwe dag aankondigen ? Dit kan toch ook wel iets discreter ? Nee, hoor, deze dieren doen aan sport en storten dagelijks hun hele energie en baldadigheid uit om hun mede-hanen te verslaan in dit lawaai-gevecht. Hahaha, heerlijk. Al vrij snel na de eerste kraai komt alles op gang en snel start de eerste tweetakt motor om de berijder knetterend door de straat naar zijn bestemming te brengen. Wij komen ook op gang, we moeten om 7 uur op het Viazul-busstation in de hoofdstraat staan om de bus naar het pakweg 375 kilometer oostelijker in Cuba gelegen Cienfuegos te brengen, een wat grotere stad aan een baai, midden in het land. Een gemoedelijk stadje waar de bevolking sinds een aantal jaren een boete naar het hoofd geslingerd krijgt als ze toeristen lastig valt. I like that. Als we einde middag een eerste rondje door het relatief nette stadje maken richting restaurant Dona Nora is een middels een fluitje discreet aangeboden fiets-taxi het enige dat men ons aanbiedt, verademend zoals beloofd.
Hanen. De maandag-ochtend in Cienfuegos start met een luide zeer herkenbare klassieke luchthoorn welke enkel door lange zware vrachttreinen gebruikt wordt. Een mooi geluid in de verte dat gevolgd wordt door het diepe stampen van een enorme dieselmotor die een kilometer verderop of zo de wagons met weet ik wat langs dit stadje trekt. Het is pas 04:10 uur. De Mid-Cubaanse haan is in de war. Hij doet een sportieve poging de dag te beginnen maar krijgt in het pikkedonker geen bijval vanuit de pluimveegemeenschap. De andere hanen kijken eventjes meelijwekkend op, draaien om en schurken nog even tegen moeder kip aan. Het is kai-vroeg man ! Ze vinden het wel best. Een uurtje later doen alle collega-hanen wel mee. De mensen zijn hier echter al bezig voordat de hanen actief worden, het zal ‘die verdomde trein’ wel zijn in combinatie met de nieuwe werkweek. Een paarde-kar hobbelt door de straat, de vuilniswagen haalt de troep op, honden blaffen, verse dieseldampen van gare auto’s vullen het balkon waar ik zit te schrijven in mijn pyama. De behoefte aan een sigaar onderdruk ik, nee, het is half zes……. Ik kruip nog even terug in bed, draai me om en schurk nog even tegen moeder kip aan zeg maar. Sorry Wilma, tekstueel was het onvermijdbaar…
Als de dag werkelijk start en het uitgebreide ontbijtje om 09:15uur met een gulzige lach door Annie op tafel gezet wordt, plannen we een loopje langs wat ‘must-sees’ hier en pakken om 1 uur de ferry naar een fort, drie kwartier lekker luchtig varen voor 1 peso enkele reis. Fort is matig interessant, bootje varen wel leuk, wat (drank-)boodschappen, busticket voor retourtrip Havana zondag alvast gehaald, een afrondende borrel op een terras en de dag is weer gevuld. Terug naar het Casa waar we enthousiaste Annie verzocht hebben om 19:00 uur een dinertje te maken voor ons. Ben benieuwd. Het is een leuke verdienste voor hun om dit voor ons te verzorgen, het is ze gegund. Het eten smaakt prima, en echtgenoot Juan Carlos blijkt in een afgesloten leven sieraden gemaakt te hebben, is hier echter mee gestopt vanwege het stoffige ongezonde werk dat het slijpen van edelstenen en parelmoer van schelpen met zich meebrengt. Uit de restvoorraad krijgt Wilma een ring cadeau en schaft ze nog wat dingetjes aan voor een paar Euro.

_
Dinsdag 2 december 2014. Cuba, hang naar het verleden versus overleven.
Die hang naar het verleden leeft meer binnen deze westerling die hier kort op bezoek is in een samenleving waar overleven net als elders de hoofdzaak is dan bij de bewoners zelf denk ik. Tuurlijk had ik van Cuba een beeld van oude auto’s en van met zorg gedecoreerde huizen uit bouwdecennia waarin dit meer standaard dan afwijking was. Inmiddels lopen we hier nu zo’n slechts anderhalve week rond en is het wel duidelijk dat hetgeen je ziet behoorlijk genuanceerd dient te worden. Ja, de auto’s zijn oud. Ja, de huizen zijn gebouwd in tijden dat anders gedacht werd. Ik ontken niet dat ik politiek on-geïnteresseerd ben en mezelf geen diepgaande historische kennis toeschrijf wanneer ik dit op-noteer, maar ik kan wel observeren en de realiteit vaststellen, daar ligt mijn interesse. Er is een hoop gebeurd hier met Amerikanen en Russen, geëscaleerd in een ‘Cuban Missile Crisis’ in mijn geboortejaar 1962 geloof ik, ik laat dat onbestudeerd in het midden, je kunt echter niet om een paar dingen heen. Ik kijk rond en stel vast, niet om jullie iets te leren maar om het voor mezelf op een logisch rijtje te krijgen. Waarom ? Dat is het ‘open’ op reis zijn dat mij trekt denk ik. Sjee, ik dacht dat ik simpel in elkaar zat maar dat is helemaal niet zo….
Die auto’s… Vanuit de Nederlandse/Europese blik en interesse constateren we dat hier een enorme hoeveelheid oude klassieke Amerikaanse, Russische, Italiaanse en Franse automobielen rondrijden die in Nederland reeds lang verdwenen zijn en een Euro-vermogen kosten om bij ons (terug) op de weg te krijgen of houden. Dodge, Plymouth, Chevrolet, Dnepr, Fiat, Lada, Peugeot, Renault, Moskvich, MZ melden de buitenkanten. Relativerend kun je stellen dat de in Nederland rondrijdende oldtimers meer een gekoesterde en in goede conditie verkerende veilig gestalde waardevaste investering zijn. Als je hem ‘beu bent’ verkoop je hem weer voor dezelfde centen. Ik kijk even naar mijn eigen Fordje Prefect. Meestal……, we moeten de crisis niet vergeten. Maar in Cuba doet zich een andere situatie en regelgeving voor. Het is hier geen keuze om een auto lang te behouden, het is een noodzaak die de importbeperkingen en de niet beschikbare centen om iets nieuws te kopen met zich mee brengen, je kunt niet anders. Als je dan als Cubaan in de gaten krijgt dat toeristen uit heel de wereld jouw oude auto enorm interessant vinden dan ga je enorm je best doen om met de beschikbare middelen dat ding op straat en dus ‘in the picture’ te houden en als taxi te exploiteren. Erg tof is dan ook de blijkbaar waanzinnig soepele technische keurings-ruimte die je krijgt om dit te bewerkstelligen. Er schijnen technische keuringen te zijn bleek uit navraag, het zal wel, je zou het niet zeggen wanneer de zoveelste auto met rammelende diesel een alles-bedekkende deken van wit-blauwe rook over straat uitslaat en bevolking en toeristen naar adem doet happen. Grote Chevrolets uit 1956 zijn na het overlijden van hun machtige originele V-8 motoren voorzien van een Japanse 4-cylinder diesel die een stuk minder verbruikt en weer een eind meegaat. De auto staat sinds het ontbreken van 150 kilo ijzer een stuk hoger op zijn voorwielen. Heb bij 95 % van deze auto’s uit half 20e eeuw geen hoop op mooie restauratie, de buitenschil ziet er vaak leuk uit maar is opgetild en op een Japans onderstel van een auto met dezelfde wielbasis en spoorbreedte geplaatst na wat las- en sleutelwerk. Het interieur ontbreekt vaak of is in dramatische staat. Kale vloeren, kale deuren, niet meer werkende mechanieken om de ramen te laten zakken, niet sluitende deuren en kofferbakken. Precies dezelfde problemen als de oldtimer-restaurateur in Europa voor zijn kiezen krijgt. Bij ons verlaat hij de schuur niet voor alles 100% werkt, hier verlaat hij de straat niet voor alles 100% niet werkt. Heerlijk praktisch, ik mag het, ik snap het, het kan. Dit alles op jacht naar de alles-kopende CUC-geldeenheid waar de meeste toeristen mee het land binnen stappen. We zijn een prooi.
Die huizen en andere gebouwen…. Eigenlijk hetzelfde verhaal. De Cubanen kunnen geen kant op met hun oude huizen tenzij ze de felbegeerde toeristen-valuta binnen kunnen halen. Dat betekent in de meeste gevallen kamers verhuren, zorgen dat extra kamers in je huis er mooi uitzien en dat er toeristen komen slapen, in deze zogenaamde Casa Particulare. We hebben ook hier de strikte inmenging van de staat gezien, de eigenaren houden bijna angstvallig een kamerverhuur-administratie-schrift bij om alles te verantwoorden. Een groot deel van de opbrengst gaat naar de staat, een deel van de centen mogen ze houden. Juist die centen stelt hun in staat om spullen aan te kopen voor verbouwing, renovatie van de vaak vervallen oude panden, dus groei. Het wringt hier in dit land op vele plekken, de rem staat er stevig op. Jammer. Zo’n commercieel stadje als Cienfuegos kan met de toeristen-centen van vaak aanleggende cruise-schepen en aanwaaiende toeristen als wij hun zaakjes mooi opknappen, de huizen zien er goed uit. Okee, veelal slechts de gevels aan de straatzijde, er ligt nog veel te doen.
Wij gaan morgen naar Trinidad voor een dag en een nacht, een stad zo’n 60 km verderop. Kaartje bus kopen, rugzakje mee, casa zoeken daar en donderdag weer terug hier om verder te slapen tot we terug gaan naar NL. Bij het melden van dit ‘dagje uit’ aan onze kamerverhuurster Annie komt zij met een adresje van een vriendin van haar daar. ‘Zelfde prijs, ik zal wel zorgen dat je op het busstation opgehaald wordt’. Opgelost, heel aardig, heel vanzelf weer. En zij wordt weer blij als ik zeg dat ze de huur voor die nacht dat we er niet zijn ook gewoon krijgt.
_
Woensdag 3-12 en Donderdag 4-12-1014. Dagje Trinidad.
Het is niet gebruikelijk om in een klein plaatsje als Cienfuegos meerdere dagen te blijven, je hebt het in een anderhalve dag (1 overnachting) eigenlijk wel ver gezien, wat ook blijkt uit reacties van mensen als we zeggen dat we hier een stuk of 7 overnachtingen willen volmaken. We zijn hier echter een beetje onze verzadiging van de afgelopen weken aan het egaliseren zodat we met een uitgerust gevoel naar huis kunnen komende zondag. Gewoon geen zin deze week om intensief van plaats naar plaats te trekken, Cuba heeft alles bij elkaar niet echt genoeg te bieden om dit te rechtvaardigen. Door het hangen op 1 plekkie krijgt observatie van de mensen en handelingen meer ruimte, da’s leuk. Straatverkopers, paardekarren, vuilnismannen, ouwehoerende straatgenoten, alles maakt herrie in dit smalle straatje ‘Avenida 62’, je ziet het leven hier nu dagelijks gebeuren. Behalve de onzichtbare trouw elke dag op zijn akoestische bas oefenende buurman die heerlijk herhalende diepe tonen de straat op doet glijden, ik zou het liefst gaan kijken bij hem. Fascinerend en vreemd oogt de man met rookapparaat die gisterenochtend van deur tot deur ging om de huizen uit te roken. Ik denk een verplicht periodiek proces vanwege de tweede meneer met lijst die alle behandelde adressen noteert. Aanbellen, eigenaar vragen even kwartier aan de overkant van de straat te gaan zitten, zijn huis helemaal stampvol met ik neem aan insecticide-rook vol te spuiten en alle ramen en deuren te sluiten. Niemand kijkt verontrust, wij wel een beetje. Vreemd oogt het ook als je hier in de hoofdstraat van het stadje, een brede avenue met voetgangersdomein in het midden, een door ons afgeschreven en verkochte bordeaux-rode stadsbus uit Nederland voorbij ziet rijden, nog steeds het plaatje met bestemming Weesp voerend. Leuk. Toch is een stukje andere afwisseling nodig om de week te breken. We besluiten woensdag-middag naar Trinidad te gaan voor een dag/nacht. Het is met anderhalf uur ‘bussen’ goed te doen. Eerst neem ik nog een lekkere warme douche, een handeling die met enige voorzichtheid dient te geschieden, daar het water door een electrische sproeikop verwarmd wordt en het kroonsteentje kaal op de ernaartoe lopende waterleiding loopt, ruim binnen spetterafstand van de langharige toerist die zijn haardos een flinke sopbeurt gaat geven. Fijn gevoel, geen idee hoeveel bezoekers in deze met grote bruine seventies-tegels afgewerkte douche-ruimte inmiddels het leven lieten. Het zal wel.
Trinidad, een klein dorpje dat door alle reisgidsen de hemel in geschreven wordt, door vele cineasten als filmlocatie gebruikt werd, door modefotografen als gewilde locatie gebruikt wordt, waar liedjes over geschreven zijn. Een eerlijk on-ontdekt ‘wauw-dorp’? Nee, Trinidad is van zichzelf gewoon een groot toneelspel dat al heel erg snel tegen gaat staan. Ja, het is een mooi vormgegeven laagbouw dorpje in mooie kleurtjes, oud centrumpje met onhandige edoch charmante rauwe keien geplaveide straatjes, maar alles, alles wat er gebeurt heeft tot doel de in golven arriverende toeristen te plezieren. 6000 restaurants, bijna allemaal met live muziek. Ja, ik koop in dit geval wel een CD van de lekker traditionele Cubaanse muziek spelende band die bezig is in een bar waar hopen toeristen een locaal brouwsel ingeschonken wordt gedurende hun georganiseerde toer met gids, die er ongetwijfeld ook iets aan verdient, maar dat maakt niet uit, zo werkt het hier. De grote nuchtere zanger heeft al op festivals in Europa gespeeld met de band zo vertelt hij ons na afloop van een sessie, duur geintje voor die mannen. Het dorp biedt wel een paar mooie gebouwen met prachtige 18e en 19e eeuwse interieurs, in diverse andere gebouwen echter worden historische muggen opgeklopt tot olifanten en valt de interesse snel weg. Een oude in mooi pak gestoken Cubaanse man zit met een dikke Cohiba in een deuropening, een klassiek foto-beeld. De sigaar zal dagenlang in zijn hoofd hangen, hij zal nooit een aansteker zien. De sigaar ziet wel toeristen-kamera’s klikken en vervolgens wat centen richting jaszak van de oude man verdwijnen. Nee, hier doe ik niet aan mee. Vervelend toneel-dorpje waar niks meer echt is. Klaar mee. Het overnachtingsplekkie is wel echt. Ruim, schoon en eerlijk. Tussen de weer veel aanwezige oude automobielen stopt op enig moment een goudkleurige Ford Prefect (1951) voor de deur van de banketbakker waar we wat lekkere kleine hapjes zitten weg te werken op donderdag-middag, wachtend op het vertrekken van onze Viazul-bus. Ja, hoor, een wederom ernstig verneukte oldtimer. Carrosserie ooit opgetild en op een Lada onderstel geschroefd. Het ding heeft nu een dieselmotor en een te brede spoorbreedte, verdoezeld door met aluminium platen de spatborden te verbreden. Dashboard zwart geverfd en hier een daar wat knoppen en een contactslot bijgezet, bumper en achterlichten van de donor-Lada, go. Praktisch denken. Aandoenlijk ouderwets, maar wel punctueel functionerend is het busvervoer van de ons inmiddels bekende firma Viazul geregeld. In immer te kleine, smoezelige kantoortjes waar vergeelde bedrijfs-posters ook hier weer vergezeld zijn van portretten van Fidel Castro en Che Guevara zit 1 man achter een burootje de reserveringen en in-check acties te regelen. Omdat nergens iets duidelijk uitgelegd is voor toeristen, zal het voor altijd een licht stresserige situatie blijven waarin onwetende bezoekers op het allerlaatste moment, de bus staat al te draaien, nog moeten in-checken. Hier geen suffe ongeïnteresseerde beambte die het allemaal wel best vindt want de tot op heden aangetroffen Viazul-mannen zien het denk allen als een eer om alles goed te regelen met hun oude laptopje, aangesloten op een tegen de muur geschroefd eenvoudig modem. De Epson naaldprinter, ontdaan van alle functieloze in de weg zittende kappen en kleppen, print in een nostalgisch mooi snerpend geluid op de achterzijde van steevast reeds gebruikt papier de gegevens van rit en klant. Dan legt hij een plastic liniaaltje, bij alle beambten tot op heden boven water zien komen, op de diverse soorten formaten van geprinte tickets en scheurt ze, net als al zijn andere collega’s doen, af tot een bepaald formaat. Maar alles werkt. Ze weten precies wie wanneer in welke bus hoort te zitten. De wil is er. Een bijna lege bus brengt ons die middag op tijd terug in Cienfuegos waar we hartelijk begroet worden door onze hostel-dame.

_
Vrijdag 5-12 en Zaterdag 6-12-2014. Uitzitten van de laatste dagen.
Vrijdag. Klassieke afsluiter. Het einde is in zicht, de fut is er uit, de interesse in meer indrukken is weg, we willen naar huis. Opmerkelijk is wel dat je op deze 5e december ook hier in Midden-Cuba de maan door de bomen ziet schijnen in de schemering……. En wat nog veel geruststellender is, is dat ik nu met eigen ogen in dat zelfde tafereel een zwarte Piet op dakterras heb zien staan. De foto is er, einde discussie. De Kerstbomen staan hier overigens ook al overal, al weken lang. Zaterdag 6-12 wordt de laatste dag, zal ook een lege worden. Ik ruil wat toeristen-Pesos (CUC’s) bij onze hosteldame in voor wat Pesos die zij gebruiken, de zogenaamde BCC’s. Als souvenirtje, want er komt ook een tijd dat er slechts 1 valuta zal heersen hier. Als wij die locale pesos, zoals eerder gemeld, zouden gebruiken en de beperkte bestedingsmogelijkheden op de koop toe zouden nemen, zal de ons in NL bekende slogan inderdaad gelden: ‘BCC, everyday low pricing’.
Terwijl aan de overkant van de straat een serie Spaanstalige liederen uit de eerste verdieping van het oranje huis schallen, de originelen van de nummers waar Paul de Leeuw en Marco Borsato ons mee vermaken, en aan mijn kant de bassist meespeelt met de ook als wraak keihard aangezette platen, graaft de overbuurman een flink gat in de stoep om zijn defecte riolering te maken. Het is weer herrie in de straat, erg lekker om die kakafonie aan te horen.
Mensen, ik ga direct een sigaar roken op het dakterras van onze bovenwoning nummer 4508c, zal de laatste peuk zijn die ik in een setje van 10 in Havana kocht en mee had willen nemen als souvenir om met jullie te delen. Helaas. De andere bundel edele peuken uit Vinales heb ik echter nog, binnenkort snel een bier-en-sigaren-sessie organiseren voordat ook deze vroegtijdig en roemloos eindigen in de mondhoek van deze ‘fijnproever’. Een laatste middagloopje door de stad met een drietal fantastische ‘sjaslick-stokjes’ met wat bier op het terrasje aan de haven, vergezeld met wat lekkere saxofoon-quartet-muziek van de band Universax (ja, CD 3 voor CUC 5,– aangeschaft deze reis) leiden richting een mooie oranje zonsondergang aan de haven. Einde dag, einde reis. Morgen bus en vliegtuig naar huis…..
Uw verslaggever, Roland Oomens, groet u vanuit Cienfuegos, Cuba.

_
_

25 reacties to “2014 – Panama-Costa Rica-Cuba – dagboek”

  • laura:

    leuk om alle verhalen nog even door te lezen 😀 haha verslaggever, zou zomaar kunnen ;)! die ford ook in een ander kleurtje, tof!! Stiekem, ondanks de niet goede voorbereiding, lees ik toch veel toffe en leuke momenten.. leefmomenten.. maar dat maakt het juist super! Weer mooie herinneringen gekweekt ;)! xxxxx

  • Welkom thuis!!!

    Zal wel een overgang zijn van de T-shirtjes en korte broek naar nachtvorst en regen……..
    Ben benieuwd naar toekomstig foto-album.

    Groeten
    Ron

  • Karina:

    He, Roland en Wilma,
    Wat een avonturen allemaal. Ik bewonder jullie wel om jullie manier van reizen.
    Zo zie je dingen en maak je dingen mee, die je normaal niet ziet of doet.
    Het afscheid zal vast niet gemakkelijk geweest zijn, maar gelukkig is er whatsapp, Skype en dergelijke.
    Hopelijk verloopt jullie terugreis zonder problemen en zien we jullie weer snel in Breda.

    Groetjes, Fons en Karina

  • laura:

    Lieve papa en mama, wat een toffe verhalen weer! Gaaf dat dansen op straat, mooie oldtimers, vergane gebouwen die daardoor alleen maar nog mooier zijn geworden! Echt het Cuba zoals ik gedacht had. Beleven jullie het ook zo of is het toch anders? Balen dat het niet zo goedkoop is als Azië haha! Maar de taxi ritten zijn dus in vergelijking met hotels best goedkoop? Fijn! Want vervoer kan behoorlijk de kosten opvoeren! Werd jaloers van het lezen dat jullie goedkope monitor drinken in Cuba :p ik wil ook haha! Leuke foto’s weer ook, die van jullie samen met dat hondje is echt mooi en jullie op een paard is ook super om te zien haha.. weer eens wat anders dan een olifant of kameel hè! Geniet van jullie relaxte daagjes in het hostel daar enen papa i vind echt dat je WEL serieuze foto’s moet maken hoor! Die zijn altijd zo gaaf, ben bang dat je er zelf ook spijt van krijgt! Nou, heel veel liefs uit het koude Breda, gisteren moesten al krabben yesssssss ps: neem die toffe roze cabrio voor mij mee als souvenir! Tof! Heel veel liefs van ons

  • Mooie en afwisselende plaatjes Rool. Veel plezier nog!

  • Laura:

    Lieve papa & mama (en Jolien en Thom als ze dit nog lezen)
    Ik ben HELEMAAL vergeten dat ik naast waarbenjij.nu ook hier verhalen kon lezen! Ineens besefte ik het en heb gelijk de computer aangezet! Wat een toffe verhalen 😉 Nu 2 uur later ben ik er eindelijk doorheen, kleine letters, lange verhalen maar ach ALLEMAAL even boeiend :D! Fijn om te horen dat het een gave tijd samen was en nu het deel Cuba aan is gebroken. Jammer van de regen de eerste dagen maar misschien ook maar beter om de huid even tot rust te laten komen hihi! Die eilanden, slingeren aan lianen, zeesterren, kabelbaan, dieren, oude auto’s & CINNABON broodjes hahah.. Echt jaloersmakend :) Ook zie ik constant mooie foto’s voorbij komen. Vooral die uit Puerto Viejo heb je super tof gemaakt! Jeetje, ben blij dat jullie die alle 4 meemaken, maar mis jullie wel hoor! Zelfs voor de kleinste dingen kan ik niet even bellen, dat is wel even wennen! Maar daarom neem ik af en toe ook even een lekker warm bad in jullie huis, verzorg ik de plantjes goed en geef het huis ook wat warmte 😉 Geniet nog van de mooie tijd in Cuba, en ik ga nu zeker met smacht wachten op het volgende verhaal! Zodat ik ze niet allemaal meer achter elkaar hoef te lezen!! Een heeeeeeele dikke kus van ons allebei, LOVE YOU!!

  • Kilian:

    Roland, je hebt zeker wel drie lezers…
    Geniet er nog maar van.

  • Colinda:

    Hallo avonturiers.
    Geweldig om te lezen hoe jullie het daar hebben en moet eerljk bekennen dat ik best graag had meegegaan ipv de vele poepluiers te verschonen zoals ik nnu doe haha. Foto’s zien er geweldig uit. En Roland je manier van schrijven is echt heel boeiend om te lezen. …bij terugkomst moet je je misschien toch eens afvragen of je daar jullie volgende verre reis niet van zou willen betalen. …
    In dat geval wil ik dan best mee om je laptop-tas te dragen 😉
    Maar tot nu toe rest mij helaas niets anders dan te genieten van jullie verhalen, geniet ervan en kom heelhuids weer terug!! Xxx Colinda

  • Krista:

    Geweldig weer! Ik zeg niet dat ik jaloers ben. Ik zet ook niet dat ik niet jaloers ben. Geniet!

    Groetjes
    Krista

  • Rob:

    klinkt een beetje Robinson-achtig, basis eiland. Maar je hoeft tenminste niet in de mangrove te slapen :)
    Have fun

  • Nou, dat was weer een uurtje werktijd vullen met de vermakelijke verhalen. Tis niet altijd fun heh, dat reizen :-). Die San Blas-eilanden stonden tot net nog aardig hoog op mijn verlanglijstje. Maar gaat vast beter worden, al blijft het seizoen-technisch wellicht niet de meest handige tijd waarschijnlijk. Maar kleine troost, hier is het ook aardig klote weer. Have fun daar!
    grtzz, Jeroen

  • Sandra:

    Het is heel fijn om jullie viertjes zo samen te zien.
    Geniet er nog maar goed van en een dikke knuffel voor jullie
    van Bert- Jan en mij !

  • Ron:

    Have fun.
    We wachten wel ff tot de internetverbindingen weer werkzaam zijn.
    Na aantal dagen zonder “update” zal het verslag wel “avondvullend” zijn……..
    Succ6.

  • Rob:

    Gisteren leuk feestje gehad bij Joost en Miralda, maar als ik dit lees wel jalours hoor!
    Tof zo’n reunie aan de andere kant van de wereld. Enjoy :)

  • Kees:

    Veel plezier Roland en Wilma. Groetjes daar!

  • Linda:

    Genietse samen!Heel veel reisplezier!

  • Jolanda:

    Een geweldige reis gewenst: geniet ervan!

  • Désirée:

    Geweldig! Ben benieuwd naar de verhalen…veel plezier!

  • Wilma:

    Dat gaat gebeuren! En jullie de allermooiste dag van je leven,op afstand drinken wij een lekker Cubaanse Rum op jullie XX

  • claudia:

    Heel veel plezier! Geniet ervan!!!

Geef gerust commentaar